Bronstijd West-Friesland

Lees hier hoe West-Friesland 3000 jaar geleden was

Hilde’s lezingen

Onlangs is in het archeologisch centrum Huis van Hilde het gezicht onthuld van Drechtje, een jonge vrouw uit de bronstijd. Hierbij hoort een tijdelijke tentoonstelling, Blik op de Bronstijd, en een aantal lezingen. Twee van die lezingen worden gehouden door leden van ons onderzoekteam. Op woensdag 6 april zal Wilko van Zijverden iets vertellen over het ontstaan van het West-Friese landschap en op woensdag 11 mei zal Wouter Roessingh een verslag geven van de archeologische opgravingen in het tracé van N23-Westfrisiaweg en de vondst van Drechtje. Voor meer informatie klik hier.

Lezing Wilko van Zijverden in Medemblik

Vrijdag 23 oktober zal Wilko van Zijverden in Medemblik een lezing geven over het ontstaan van het Westfriese landschap. Meer informatie kunt u vinden op de website van de oudheidkundige vereniging Medenblick.

Westfries bronsdepot onthuld!

Op 21 januari deden archeologen op de opgraving ‘N23-Markerwaardweg’ bij Hoogkarspel een spectaculaire vondst. In een sloot uit de late bronstijd (ca. 800 voor Chr.) vonden zij een grote hoeveelheid bronzen voorwerpen en een vuurstenen sikkel. Onder de bronzen objecten bevinden zich drie forse mantelspelden (zogenaamde bril-fibulae), twee armbanden, een kledingnaald, twee mysterieuze plaatjes en talloze ringetjes.

Brons_totaal

De bronzen objecten en vuurstenen sikkel van de N23 (foto: Archol BV).

Maandenlang zijn medewerkers van het restauratieatelier Restaura bezig geweest met het reinigen, restaureren en conserveren van de objecten. En het resultaat mag er zijn! Afgelopen donderdag werd de vondst op de Universiteit Leiden openbaar gemaakt tijdens de opening van de Nationale Archeologiedagen. De komende week (16-25 oktober) is de vondst te bewonderen in het Huis van Hilde in Castricum. Op de website van het Huis van Hilde is ook een brochure over de vondst te downloaden en is een film te bekijken. Een aanrader!

De vondst geeft een goed beeld van de uitwisselingsnetwerken waar Westfriese gemeenschappen deel van uitmaakten. De mantelspelden komen vermoedelijk uit Scandinavië, net als de sikkel. De armbanden lijken daarentegen een meer lokale of zuidelijke herkomst te hebben. Het assemblage heeft dus een ‘exotische’ uitstraling. Na de tentoonstelling zullen de archeologen in samenwerking met medewerkers van het project ‘Farmers of the Coast’ en het onlangs gestarte project ‘Economies of Destruction‘ van de Universiteit Leiden de objecten en context nader bestuderen, want veel moet nog worden uitgezocht!

De ontdekking in de media: NRC, NOS, RTV Noord-Holland en Radio 5 (op ca. 46 min).

Veldwerk Rikkert 2015 afgerond

Het veldwerk aan de Rikkert is alweer afgerond. De afgelopen twee weken hebben we diverse veldmethodieken toegepast om een beeld te krijgen van de aanwezigheid en spreiding van bronstijdresten in de ondergrond.  In de eerste week hebben we in de zinderende hitte boringen gezet en enkele proefputten gegraven. In de kleine putten vonden we al snel prachtige ploegsporen uit de bronstijd en zelfs enkele bronstijdsloten.

Afgelopen week moesten nog een aantal proefputten worden gegraven en stond het weerstandsmeting- en geomagnetisch onderzoek in de planning. De week begon met minder fraai weer; slagregens en de altijd aanwezige Westfriese wind zorgde voor barre omstandigheden in het veld. Al dat water zorgde er wel voor dat we  onze putten makkelijker uit konden graven! Bovendien zijn de resultaten van weerstandsmetingen vaak beter in een vochtige ondergrond.

137

Corry Bakels en Yvonne van Amerongen van het onderzoeksproject brachten op de meest gure dag een bezoek aan de opgraving.

Door alle boringen hebben we nu een aardig beeld van de bodemopbouw in het gebied. Met name op locaties met in de boring de veenlaag of zwarte laag, is de bodemopbouw nog helemaal intact en is de kans op het aantreffen van bronstijdsporen zeer groot. Op deze plekken hebben we proefputten (1 x 1 m) gegraven om een indruk te krijgen van de omvang van het akkercomplex uit de bronstijd. In diverse putten troffen we fraaie ploegsporen aan. We hebben ook mogelijk een grens van de akker bereikt met een intacte bodemopbouw zonder ploegsporen.

IMG_5162_small

Op een diep niveau steken de smalle donkere ploegvoren scherp af tegen de lichte ondergrond. De richting van de ploegsporen kunnen we per put met elkaar vergelijken en daardoor krijgen we een beeld van de fasering van de akkers.

Het onderzoek met de weerstandsmeter van vorig jaar liet al duidelijk een aantal bronstijdsloten zien op het terrein. Op enkele ‘verdachte’ plekken hebben we deze week ter controle een proefput of sleuf gegraven. De resultaten waren wisselend. In de ene put troffen we inderdaad een brede bronstijdsloot aan (zie afbeelding onder), in de andere put vonden we alleen ploegsporen. Interessant is de vraag in welke mate de grond in de sloten (textuur, humusgehalte e.d.) het beeld van de weerstandsmetingen bepaalt. we hebben daarom uit enkele sloten grondmonsters genomen om dit uit te zoeken.

sleuf

Student Luuk Rietveld is bezig met een proefput over een ‘verdachte’ locatie die op de weerstandsmeting van vorig jaar te zien was. In de smalle put is rechts duidelijk een donker spoor te zien, een bronstijdsloot (bingo dus!). Achterin de put konden ook enkele ploegsporen worden gedocumenteerd.

Aan het eind van de week kwam Wouter Verschoof langs met zijn weerstandsmeter. Ook het geomagnetisch onderzoek door enkele collega’s uit Frankfurt is eind vorige week uitgevoerd. We zijn enorm benieuwd naar de resultaten van alle metingen!

weerstandgeomagneto

Geomagnetisch onderzoek (links) en weerstandsonderzoek (rechts) aan de Rikkert.

In het Noord-Hollands Dagblad van vrijdag 21 augustus stond nog een artikel over ons onderzoek:

rikkert_krant_21-08-2015

Eerste resultaten veldwerk Rikkert

De eerste week veldwerk aan de Rikkert zit er alweer op en we hebben al wat mooie resultaten.

Na het uitzetten van het meetsysteem en de proefputten zijn we gestart met boringen op plekken waar we putten wilden graven. De profielen in de boringen bepaalden of het zinvol was om een put (met de hand) te graven, we gaan natuurlijk geen putten graven op plekken die recent verstoord zijn! Het bodemprofiel bij slechts één van de acht geplande putten was verstoord. De boringen lieten bij de overige putten een intacte opbouw zien, van boven naar beneden: moderne bouwvoor, kiekkleilaagje (vermoedelijk Middeleeuws), dun veenpakket (vorige campagne gedateerd in de Romeinse tijd), grijze laag (vermoedelijk bronstijdakker). Ploegsporen zijn in de boringen niet te herkennen, daarvoor moesten we dus echt gaan graven.

overzicht

Om de 20 m wordt een putje uitgegraven.

De meeste putten van de eerste raai (strook) hebben we deze week uitgegraven. Het was even spannend of we ploegkrassen onder de veronderstelde akker zouden aantreffen, maar al snel was het raak.

ploegkrassen_rikkert 2015

Laagsgewijs wordt de onderste grijze (akker)laag verdiept totdat de ploegkrassen duidelijk zichtbaar worden.

Ploegkrassen zijn overigens niet in alle putten aanwezig. Aan de rand van ons onderzoeksgebied troffen we een intacte bodemopbouw aan, maar geen ploegkrassen onder de grijze laag . Ook troffen we in twee putten een bronstijdspoor aan, waarschijnlijk een greppel. Dit kun je zien als toevalsvondst maar als je de ‘drukke’ overzichtsplattegronden van sommige nederzettingsterreinen bekijkt, is het niet verwonderlijk dat in een klein proefputje een greppel wordt aangesneden.

We hebben de volledige akkerlaag van één put handmatig gezeefd (5 mm zeef). Doel van het zeven was om een idee te krijgen van de hoeveelheid vondstmateriaal en het soort vondsten in een bronstijdakker. Het is bekend dat prehistorische akkers met ‘huisvuil’ zijn aangerijkt, maar systematisch onderzoek hiernaar ontbreekt nog bij bronstijdakkers in West-Friesland. Door de grote hoeveelheid silt in de akker aan de Rikkert kostte het helaas veel tijd en moeite om de monsters handmatig te zeven. We hebben daarom afgezien van het plan om de akker in elke put te zeven. Het zeven van de akker in één put (ca. 2 kruiwagens grond) leverde enkele minuscule stukjes botmateriaal op.

zeven

De akkerlaag van één put is volledig handmatig gezeefd.

Om te kijken of we het akkercomplex iets beter kunnen begrenzen, gaan we volgende week nog enkele putten graven tussen de putten waar we ploegkrassen hebben en de putten waar deze ontbreken. Ook moeten nog enkele putten gegraven worden op plekken waar op de weerstandsmetingen van vorig jaar ‘verdachte plekken’ te zien waren. Aan het eind van de week zal een groot deel van het onderzoeksgebied geomagnetisch worden onderzocht door Duitse collega’s.

We houden jullie op de hoogte!

Veldwerk Rikkert 2015

Deze week zijn we weer begonnen met veldwerk in onze ‘proeftuin’ aan de Rikkert in Enkhuizen. Doel van het veldonderzoek is het toetsen van verschillende technieken om de aanwezigheid en uitgestrektheid van het in de bronstijd gecultiveerde landschap te bepalen. Dit jaar is het veldonderzoek wat kleinschaliger dan voorgaande campagnes, er komt zelfs geen kraan aan te pas! De afgelopen twee zomers heeft Wouter Verschoof van RAAP BV enkele stukken met de weerstandsmeter onderzocht. Op de beelden waren bronstijdsloten te zien en een aantal ‘verdachte plekken’. Op enkele van deze plekken gaan we nu proefputjes graven om te kijken wat er in de ondergrond zit. Op andere delen van het perceel hebben we in voorgaande jaren een prachtige ontdekking gedaan; ploegsporen uit de bronstijd die duiden op akkers. De conservering van de ploegkrassen en de akkerlaag is zeer bijzonder voor de regio. Om een indicatie te krijgen van de omvang van deze akkers zullen we een aantal proefputten in raaien graven.

Volgende week komen enkele Duitse collega’s langs om een flink deel van ons onderzoeksgebied (bijna 10 ha) geomagnetisch te onderzoeken. Het is de bedoeling om straks de resultaten uit onze putten en van de weerstandmetingen met de geomagnetische metingen te vergelijken.

Vandaag hebben we de eerste putten bijna op diepte gebracht. We zijn benieuwd of we weer ploegkrassen zullen vinden!

P1300668

Voorbeeld van ploegsporen in het sporenvlak (campagne 2014).

 

 

Archeologen vragen hulp!

Onze website wordt goed bezocht en we krijgen vaak leuke reacties van onze volgers. Daar zijn we uiteraard erg blij mee! Maar misschien kan het nog beter. Daarom willen we graag horen wat jullie op onze site zouden willen zien. Laat het ons weten door deze korte vragenlijst in te vullen. Bovendien maak je kans op een jaar lang gratis Archeologie Magazine!

Grafheuvel met bijzettingen ontdekt tijdens N23 onderzoek!

De N23-opgravingen zijn nu bijna afgerond, maar nog steeds worden er spectaculaire ontdekkingen gedaan. Afgelopen weken werd in Westwoud een kleine opgraving uitgevoerd midden in een middeleeuws bewoningslint. Onder een recent gesloopte boerderij kwam een groot deel van een grafheuvel uit de midden-bronstijd tevoorschijn. Bijzonder was dat een deel van het heuvellichaam nog intact was. Er werden maar liefst drie skeletten in de grafheuvel aangetroffen. Ook vonden de archeologen in de ringsloot van de grafheuvel een gave bronzen beitel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERALees meer over deze mooie ontdekkingen op de website van de provincie Noord-Holland.

Vandaag verscheen onderstaand krantenartikel over de vondsten in het Noord-Hollands Dagblad.

Unnamed_CCI_EPS

Onderzoekers in de dop: Farmers of the Coast meets Stedelijk Gymnasium Leiden

In de afgelopen weken hebben vier leerlingen van het Stedelijk Gymnasium in Leiden meegedraaid in ons onderzoeksproject. Stefan, Tjalling, Wiebe en Wytze hebben vier dagdelen onderzoek gedaan naar het landschap van de bronstijd in de omgeving van de vindplaats Broekerhaven bij Enkhuizen. Het onderzoek vond plaats in het kader van het project Science4U (http://www.gymnasiumleiden.nl/content/activiteiten/science4u.php). Tijdens het onderzoek werden de leerlingen begeleid door Lisa, een vijfdeklasser van het Stedelijk Gymnasium.

De eerste dag hebben de leerlingen de ‘afdeling Nederland’ van het RMO bezocht. Tijdens dit bezoek hebben we vooral gekeken naar wat de bronstijd is, welke vondsten in Nederland zijn gedaan uit deze periode en hoe het landschap er in die tijd uit heeft gezien. De conclusie aan het einde van de eerste ochtend was dat het museum geen enkele informatie geeft over het landschap uit deze periode. De opdracht voor deze leerlingen was dan ook snel geformuleerd: “Maak een reconstructie van het bronstijdlandschap rondom een vindplaats uit West-Friesland voor het RMO”. Vervolgens hebben de leerlingen de laboratoria van de opleiding Archeologie aan de Universiteit Leiden bezocht. Tijdens dit bezoek kregen de leerlingen uitleg hoe je materialen uit opgravingen kunt onderzoeken.

In de tweede bijeenkomst hebben de leerlingen op basis van vondsten van plant- en dierresten een indruk verkregen van het natuurlijke landschap van West-Friesland. Yvonne van Amerongen legde geduldig het begrip habitat nog maar eens uit aan de heren. Dat een haas niet in een bos leeft maar eerder in een bosrand, weiland of akker was bekend. De habitats van bijvoorbeeld dunlipharder, eland of havik moesten worden opgezocht. De grote hoeveelheid Latijnse plant- en diernamen vormde voor deze gymnasiasten geen enkel probleem. Op basis van de verzamelde data kwamen ze tot de conclusie dat het Westfriese landschap gedeeltelijk bebost moet zijn geweest met elzen- en eikenbossen. In de bossen moeten open plekken (akkers en weiden) zijn geweest. In de omgeving zijn waarschijnlijk veel meren met helder water en kleine riviertjes aanwezig geweest en bestond een open verbinding met zee.

In de derde bijeenkomst demonstreerde Wouter Roessingh de werking van een Geografisch Informatie Systeem, ofwel GIS. Binnen een uur hadden de leerlingen het programma MapInfo onder de knie en waren zij volop bezig met het analyseren van de huisplattegronden van de opgraving Enkhuizen-Kadijken. In het laatste uur hebben de leerlingen met Wilko van Zijverden gekeken naar de ondergrond van het landschap door middel van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), de bodemkaart en grondboringen. Het was al snel duidelijk dat de plekken waar vroeger het water heeft gestroomd wat hoger in het landschap liggen dan andere plekken. Met behulp van grondboringen uit de Database voor Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) bleek dat op die hoge plaatsen zand in de ondergrond aanwezig is. De lagere plekken in het gebied bevatten klei en veen.

De laatste dag hebben de leerlingen gewerkt aan hun presentatie. Voor deze presentatie hebben ze de gegevens van de vindplaats Broekerhaven tot hun beschikking gekregen. In eerste instantie waren er wilde plannen om een reconstructie te maken in Sketch-up of in de vorm van een maquette. Wegens tijdgebrek en een te geringe kennis van het programma Sketch-up bij een deel van de leerlingen is besloten om voor een traditionele powerpoint te gaan. Op vrijdag 19 juni wordt deze powerpoint gepresenteerd op school. Wij wensen de leerlingen hierbij veel succes!

totaal

De verschillende vegetaties die aanwezig moeten zijn geweest rondom de vindplaats Broekerhaven geplaatst op de bodemkaart van Ente.

 

 

 

Opgravingen langs de Streekweg in Hoogkarspel

Enkele maanden geleden hebben archeologen twee terreinen ten zuiden van de Streekweg opgegraven, in het kader van de aanleg van de N23-Westfrisiaweg. Dit gebied kent een lange geschiedenis van onderzoek naar resten uit de bronstijd. Halverwege de jaren 60 begonnen archeologen van de Universiteit van Amsterdam hier voor het eerst met grootschalig nederzettingsonderzoek (Hoogkarspel-Tolhuis). Wat hebben al deze opgravingen aan bronstijdresten opgeleverd? In dit artikel wordt een kort overzicht gepresenteerd.

PNH 8873

Luchtfoto waarop enkele werkputten met bronstijdsporen te zien zijn van het onderzoek in 1968 op vindplaats F.

We kennen de grafheuvels, maar hoe zagen de nederzettingen eruit?

In de jaren 40 en 50 werden enkele Westfriese bronstijd grafheuvels onderzocht. Over de nederzettingsterreinen was in die tijd nog nauwelijks iets bekend. De archeologen Bakker en Brandt schrijven hierover: ‘(…) dat er een dringende behoefte bestond aan een onderzoek van een nederzettingscomplex in oostelijk West-Friesland – bij voorkeur met veel mobilia in stratigrafisch verband!’ Een bodemkartering door Ente en zijn collega’s uit Wageningen halverwege de jaren 50 leverde, naast een prachtige kaart met bodemsoorten van oostelijk West-Friesland, voor het eerst ook een overzicht op van ‘oude woongronden’. Hiermee werden terreinen bedoeld waar veel (voornamelijk prehistorische) vondsten aan het oppervlak werden gevonden. Kort na de publicatie van Ente deed dhr. Schipper uit Zwaag in 1964 melding van aardewerk en hoogteverschillen op een perceel ten zuiden van de Streekweg. De archeologen van het Albert Egges Van Giffen Instituut voor Prae- en Protohistorie (IPP) van de Universiteit van Amsterdam namen poolshoogte en begonnen met opgravingen.

tolhuis

Locatie van de verschillende opgravingen ten zuiden van de Streekweg. De vindplaatsen zijn met een letter aangegeven. De twee terreinen die in 2014 zijn opgegraven zijn met een stippellijn weergegeven.

In de jaren 1964-65 werden enkele kleine werkputten aangelegd (vindplaats A, B, C en E). In 1965 vond op vindplaats D een meer uitgebreid onderzoek plaats. Hier werden twee grafheuvels uit de midden-bronstijd ontdekt en een graf met vrouw en kind. Naast de grafheuvels werden ook enkele zeer vondstrijke greppels uit de late bronstijd onderzocht. In de zomer van 1966 begonnen de archeologen met echt grootschalig onderzoek in het westen van het terrein, vindplaats F. Daar werd vrijwel aaneengesloten gegraven tot in het voorjaar van 1969. In 1979 werd nog een groot (westelijk) deel van de vindplaats opgegraven. Toen bleef het lange tijd stil. Totdat archeologen in november vorig jaar een tweetal terreinen grenzend aan vindplaats F konden opgraven.

Vindplaats F. Bewoningssporen en akkers uit de midden-bronstijd (ca. 1500-1100 v. Chr.)

Tijdens het oude onderzoek is in totaal bijna 2,3 ha opgegraven. Het onderzoek uit 2014 heeft daar nog eens 1,5 ha aan toegevoegd. Op het onderstaande overzicht staan alle sporen en structuren van de opgravingen op vindplaats F weergegeven. De meeste sporen bestaan uit nederzettingsresten uit de midden-bronstijd. Zoals gebruikelijk domineren greppels het overzicht. Deze zijn gegraven rond boerderijen (huisgreppels) en vormen vaak de begrenzing van de erven. Op 13 plekken zijn boerderijen aangetroffen. Aan de opeenvolging van boerderijen is te zien dat sommige plekken enkele generaties als woonerf in gebruik zijn geweest.

askaardvplF

Overzicht van alle bronstijdsporen op vindplaats F. De huisplaatsen zijn met een rood raster weergegeven. Sporen uit de midden-bronstijd bestaan uit greppels (blauw) en kringgreppels (groen). In bruin de greppelsystemen uit de late bronstijd.

De Westfriese bronstijdboerderijen hebben een driebeukige indeling. De dakdragende constructie bestaat uit een rij gebinten die op regelmatige afstand van elkaar zijn geplaatst, de lengte van de boerderijen varieert van 10 tot wel 25 meter. Van de wanden vinden we bijna nooit iets terug. We vermoeden dat deze uit plaggen hebben bestaan. Heel soms worden er stakenrijen ter hoogte van de wand gevonden, die zullen langs de plaggenwand hebben gestaan. Bij enkele plattegronden van Tolhuis F zijn enkele smalle greppeltjes ter hoogte van de wand gevonden. Deze wandconstructie is nog nergens anders aangetroffen in West-Friesland. In deze greppels kan een plank of balk zijn gelegd waarop staken hebben gerust. Dit kan ook zijn uitgevoerd in combinatie met een plaggenwand.

 

hs08

Sporen van een huisplaats uit de midden-bronstijd (zwart) op vindplaats F. De breedte van de boerderij kan worden bepaald door wandgreppels (blauw raster). De dakdragende constructie is in rood raster weergegeven.

Op de erven zijn honderden kleine ronde structuren gevonden, smalle greppeltjes die in een cirkel van ongeveer 4 meter zijn gegraven. Deze kringgreppeltjes zijn typische Westfriese bronstijdstructuren die mogelijk met de opslag van de oogst te maken hebben.

Bijzonder aan de vindplaats is dat over grote delen van het terrein sporen van akkerpercelen zijn gevonden. Op plekken waar de ploeg diep in de ondergrond sneed, zijn smalle ploegkrassen bewaard gebleven. De ploegkrassen zijn zowel over als onder nederzettingssporen waargenomen. Dit betekent dat oude erven later in gebruik zijn genomen als akker en dat op oude akkers boerderijen zijn gebouwd. Deze bewoningsdynamiek zien we op veel Westfriese nederzettingsterreinen terug, maar alleen tijdens het onderzoek langs de Streekweg kon deze opeenvolging op enkele plekken ook worden vastgesteld in het bodemprofiel. Dit is een unieke situatie die het mogelijk maakt vraagstellingen over de aard en tijdsdiepte van de verschillende activiteiten voorafgaand, tijdens en na de bronstijd te onderzoeken.

Vindplaats F. Erven uit de late bronstijd (ca. 1100-800 v. Chr.)

Op vindplaats F zijn twee grote concentraties met sporen uit de late bronstijd aangetroffen. Op onderstaand overzicht is duidelijk te zien dat we hier te maken hebben met een ander nederzettingssysteem dan in de voorgaande periode. In plaats van een uitgestrekt gecultiveerd landschap met greppels en boerderijen die zich over een groot gebied uitstrekken, zien we in de late bronstijd een clustering van bewoning, die zich kenmerkt zich door greppelbundels die percelen van ca. 50 x 50 m omsluiten.

In het noordoosten zijn twee huisplaatsen aangetroffen binnen enkele forse greppels uit de late bronstijd, die zeer waarschijnlijk geassocieerd kunnen worden met de greppelsystemen. We moeten voorzichtig zijn met het dateren van structuren op basis van mogeljke associaties, maar er is nog een aanwijzing dat de plattegronden in de late bronstijd dateren. Paalkuilen van één huis snijden namelijk een greppel die in de late bronstijd dateert. De huizen lijken wat betreft opbouw nog sterk op de huizen uit de midden-bronstijd, een driebeukige indeling en op regelmatige afstand van elkaar geplaatste gebinten. Alleen de kenmerkende huisgreppel ontbreekt. De forse greppels rondom de huisplaatsen zullen een belangrijke drainerende functie hebben gehad.

In het noordwesten zien we een greppelsysteem uit de late bronstijd met een wel zeer strakke layout. Het onderzoek dat hier werd uitgevoerd (in 1979) was vooral gericht op stratigrafie en chronologie van bewoningssporen uit de late bronstijd. Door het bestuderen van de oversnijdingen en opvullingen van de greppels, kon men destijds vaststellen dat de greppels in de loop van de late bronstijd steeds verder vanuit het ‘binnenterrein’ zijn aangelegd. Uniek voor dit complex is de aanwezigheid van late bronstijd sporen binnen het greppelsysteem. Van de opgraving Bovenkarspel-Het Valkje kennen we vergelijkbare greppelsystemen, maar de binnenterreinen zijn daar leeg. In Hoogkarspel zijn op het binnenterrein enkele greppelstructuren en stakenrijen waar te nemen. De afmeting en vorm van de greppelstructuren heeft wel wat weg van huisgreppels, maar paalkuilen ontbreken. Deze zou je hier wel kunnen verwachten net als binnen het nabijgelegen complex uit de late bronstijd. De kleine greppelstructuren kunnen ook een andere functie hebben gehad, bijvoorbeeld als omheining voor vee.

lbt

De twee spoorclusters uit de late bronstijd op vindplaats F. In het westen bevindt zich een rechthoekig omgreppeld terrein (zwart) met enkele greppelstructuren op het binnenterrein (rood). In het oosten kunnen enkele greppels (zwart) met huisplaatsen (blauw) worden geassocieerd.

Eerste resultaten van het onderzoek uit 2014

De uitwerking van de opgraving van enkele maanden geleden is nog niet volledig afgerond. Een overzicht van de sporen en structuren ontbreekt daarom nog, maar er kunnen wel enkele interessante observaties worden gedaan. De opgraving concentreerde zich ten noorden en zuiden van vindplaats F. Het was voor de archeologen spannend of de unieke complexe stratigrafie nog aanwezig zou zijn, dus dat cultuur- en akkerlagen van elkaar gescheiden waren. Dit bleek helaas niet het geval te zijn. De ondergrond van het perceel waarop het onderzoek zich concentreerde bleek tot grote diepte te zijn verstoord. Op sommige locaties die grensden aan de oude ‘volle’ opgravingsputten werd geen enkel bronstijdspoor meer aangetroffen. Dit laat zien maar weer eens zien hoe vernietigend de ruilverkaveling kon zijn voor het bodemarchief. Gelukkig waren andere delen van het perceel minder ingrijpend op de schop gegaan, per perceel kan dit dus verschillen maar ook binnen één perceel. Op een groot aantal plekken konden toch nog veel bronstijdsporen worden opgetekend.

In het zuiden bevinden zich enkele huisplaatsen en weer veel greppels. Een aantal bronstijdgreppels die 50 jaar geleden zijn gevonden, sluiten mooi aan op de greppels in de nieuwe opgravingsputten. In het noorden zijn naast vele tientallen kringgreppels veel greppels van het late bronstijd complex aangetroffen. Deze konden nog zeker 40 m in westelijke richting worden gevolgd, wat het gehele complex dus een stuk omvangrijker maakt. Voor het oude onderzoek op vindplaats F waren geen 14C-dateringen beschikbaar. Het huidige onderzoek stelt ons in de gelegenheid om gericht enkele contexten voor 14C-onderzoek te dateren, zodat we voor het de hele vindplaats een meer gedetailleerd beeld kunnen krijgen van ontwikkelingen in de midden- en late bronstijd.

hkltunnel

De opgraving ten zuiden van de Streekweg in 2014. Links op de achtergrond is de Watertoren van Hoogkarspel te zien.

Meer lezen over het oude onderzoek van Hoogkarspel-Tolhuis?

Bakker, J.A., & R.W. Brandt, 1966: Opgravingen te Hoogkarspel III: Grafheuvels en een terp uit de Late Bronstijd ten ZW van het Medemblikker Tolhuis. (Westfriese Oudheden, 9). West-Frieslands oud en Nieuw 33, 176-224.

Bakker, J.A., & W.H. Metz, 1967: Opgravingen te Hoogkarspel IV: Het onderzoek in 1966 van vindplaats F ten ZW van het Medemblikker Tolhuis (voorlopige mededeling). (Westfriese Oudheden, X), West-Frieslands Oud en Nieuw 34, 202-228.

Bakker, J.A., Ph. J. Woltering & W.J. Manssen, 1968: Opgravingen te Hoogkarspel (V). Het onderzoek van vindplaats F in 1967 (voorlopige mededeling). (Westfriese Oudheden, XI), West-Frieslands Oud en Nieuw 35, 192-199.

 

« Older posts
www.scriptsell.net