Donderdag, gisteren, was dag 9 van ons veldwerk. Deze dag is er vooral gecoupeerd in de noordelijke putten. Couperen is het maken van verticale doorsneden van de verkleuringen, de sporen, die we zien in het vlak van de put. Uit die doorsneden hebben we geleerd dat de meeste bronstijd sloten in het noordelijke deel van het terrein erg ondiep zijn. Maar een aantal sloten blijken een stuk dieper te zijn geweest; sommige sloten zijn wel meer dan een meter diep geweest. En dan te denken dat ze drie duizend jaar geleden door de klei zijn gegraven met een houten of benen schep. Wat een klus moet dat geweest zijn!

IMG-20140828-WA0002

De doorsneden van de sloten zijn ook belangrijk voor het begrijpen en verbeteren van de elektrische weerstandsmeter. Dit apparaat is vorige week gebruikt door Wouter Verschoof van RAAP. Het is een apparaat dat een elektrisch stroompje door de grond stuurt en de geleiding van de ondergrond meet. Een bronstijd sloot heeft een andere geleiding dan de grond er omheen, bijvoorbeeld omdat deze wat meer organische stof bevat en wat meer water vasthoudt. Als je om de meter een meting zet, zou je misschien de sloten kunnen zien zonder dat je ze opgraaft. Om erachter te komen of dit daadwerkelijk kan, hebben we vorige week delen van het terrein gemeten. We hebben op dezelfde locaties afgelopen dagen enkele putten gegraven om te kijken of de sloten die we daarin zien ook terug te zien zijn in de weerstandsmetingen. Of misschien maar enkele sloten; wellicht alleen de diepere of de hele kleiige. We moeten daarom ook doorsneden door de greppel zetten, om te zien hoe diep ze zijn en wat voor grond erin zit.

IMG-20140828-WA0001

Maar we hebben vandaag niet alleen maar gecoupeerd, er zijn ook luchtfoto’s gemaakt met een drone, zoals op de foto hierboven te zien is. Fred Nederlof van het bedrijf SupR heeft foto’s gemaakt van onze opgraving en de akkers eromheen. De foto’s zijn op grote hoogte gemaakt – misschien kunnen we wel bronstijd sporen zien in de vorm van verkleuringen op de geploegde akkers of verschillen in lengte van gewas (dit is namelijk afhankelijk van bodemomstandigheden waarop het groeit). Als we weer terug zijn in Leiden gaan we de foto’s in detail bestuderen, om te zien of deze techniek gebruikt kan worden om archeologie op te sporen zonder te graven. Hier zullen jullie dus later meer over lezen!