De eerste week veldwerk aan de Rikkert zit er alweer op en we hebben al wat mooie resultaten.

Na het uitzetten van het meetsysteem en de proefputten zijn we gestart met boringen op plekken waar we putten wilden graven. De profielen in de boringen bepaalden of het zinvol was om een put (met de hand) te graven, we gaan natuurlijk geen putten graven op plekken die recent verstoord zijn! Het bodemprofiel bij slechts één van de acht geplande putten was verstoord. De boringen lieten bij de overige putten een intacte opbouw zien, van boven naar beneden: moderne bouwvoor, kiekkleilaagje (vermoedelijk Middeleeuws), dun veenpakket (vorige campagne gedateerd in de Romeinse tijd), grijze laag (vermoedelijk bronstijdakker). Ploegsporen zijn in de boringen niet te herkennen, daarvoor moesten we dus echt gaan graven.

overzicht

Om de 20 m wordt een putje uitgegraven.

De meeste putten van de eerste raai (strook) hebben we deze week uitgegraven. Het was even spannend of we ploegkrassen onder de veronderstelde akker zouden aantreffen, maar al snel was het raak.

ploegkrassen_rikkert 2015

Laagsgewijs wordt de onderste grijze (akker)laag verdiept totdat de ploegkrassen duidelijk zichtbaar worden.

Ploegkrassen zijn overigens niet in alle putten aanwezig. Aan de rand van ons onderzoeksgebied troffen we een intacte bodemopbouw aan, maar geen ploegkrassen onder de grijze laag . Ook troffen we in twee putten een bronstijdspoor aan, waarschijnlijk een greppel. Dit kun je zien als toevalsvondst maar als je de ‘drukke’ overzichtsplattegronden van sommige nederzettingsterreinen bekijkt, is het niet verwonderlijk dat in een klein proefputje een greppel wordt aangesneden.

We hebben de volledige akkerlaag van één put handmatig gezeefd (5 mm zeef). Doel van het zeven was om een idee te krijgen van de hoeveelheid vondstmateriaal en het soort vondsten in een bronstijdakker. Het is bekend dat prehistorische akkers met ‘huisvuil’ zijn aangerijkt, maar systematisch onderzoek hiernaar ontbreekt nog bij bronstijdakkers in West-Friesland. Door de grote hoeveelheid silt in de akker aan de Rikkert kostte het helaas veel tijd en moeite om de monsters handmatig te zeven. We hebben daarom afgezien van het plan om de akker in elke put te zeven. Het zeven van de akker in één put (ca. 2 kruiwagens grond) leverde enkele minuscule stukjes botmateriaal op.

zeven

De akkerlaag van één put is volledig handmatig gezeefd.

Om te kijken of we het akkercomplex iets beter kunnen begrenzen, gaan we volgende week nog enkele putten graven tussen de putten waar we ploegkrassen hebben en de putten waar deze ontbreken. Ook moeten nog enkele putten gegraven worden op plekken waar op de weerstandsmetingen van vorig jaar ‘verdachte plekken’ te zien waren. Aan het eind van de week zal een groot deel van het onderzoeksgebied geomagnetisch worden onderzocht door Duitse collega’s.

We houden jullie op de hoogte!