Bronstijd West-Friesland

Lees hier hoe West-Friesland 3000 jaar geleden was

Author: Wilko van Zijverden

Engelse fossielen in Westwoud

Het is alweer enige tijd geleden dat de opgraving aan de Noorderboekert bij Westwoud is afgerond. Tijdens dit onderzoek werd een gedeelte van een akker uit de Late Steentijd blootgelegd (circa 2100 voor Christus). Deze akker bevond zich op de ongeveer 100 meter brede oever van een kreek. Deze kreek doorsneed een zeer waterrijk gebied met plassen, venen en moerassen. Een type landschap dat vandaag de dag niet meer bestaat in Nederland. Dit type landschap bestaat nog wel voor de kust van Abu Dhabi in de Verenigde Arabische Emiraten (zie foto boven).

De kust van Abu Dhabi (foto: P. Scholle).

Het Verdonken land van Saefthinge (foto: W. Metz).

Rond 1800 voor Christus was het landschap volledig veranderd en goed vergelijkbaar met het huidige landschap in het Verdronken Land van Saefthinge (zie foto rechts). Als je de plaatjes vergelijkt zie je hoe in een korte periode van nog geen driehonderd jaar Westfriesland werd omgetoverd van zee (links) naar land (rechts).

Tijdens de opgraving is een grondmonster genomen waarin de overgang van het ene landschap naar het andere landschap goed bewaard is gebleven. Dit grondmonster wordt op dit moment door vijf specialisten minutieus onderzocht om erachter te komen hoe en waarom het landschap van West-Friesland zo snel veranderde.

Afgelopen week werden de eerste resultaten van dit onderzoek gemeld aan onze onderzoeksgroep. Simon Troelstra van de Vrije Universiteit (http://www.falw.vu.nl/en/research/earth-sciences/earth-and-climate-cluster/staff/troelstra.asp) heeft voor EARTH-Integrated Archaeology (http://earth-archeologie.nl/) onderzoek gedaan naar resten van ostracoden en foraminiferen. Ostracoden zijn mosselkreeftjes, minuscule kreeftjes die in brak en zout water vaak in grote aantallen aanwezig zijn. Foraminiferen zijn eencellige organismen die eveneens in grote aantallen voorkomen in brak en zout water. Beide soorten hebben kalkschaaltjes, zijn zeer gevoelig voor verandering in hun leefomgeving en kunnen ons dus iets vertellen over de grote omslag in het milieu van West-Friesland. De schelpen van de kreeftjes en de kalkskeletjes van de eencelligen blijven namelijk heel goed bewaard in de kalkrijke ondergrond van West-Friesland.

In het grondmonster dat Simon heeft bestudeerd is iets opvallends te zien. Een aantal foraminiferen komt namelijk helemaal niet uit Nederland maar uit Engeland. Het zijn ook geen gewone schelpen en skeletjes maar fossielen. De fossiele soorten die Simon heeft aangetroffen dateren allemaal uit het Krijt, de periode waarin dinosauriërs onze aarde bevolkten, zo’n 145-66 miljoen jaar geleden. Hoe komen deze fossielen nu eigenlijk in Nederland terecht?

zeestromen

Zeestromingen en de verspreiding van gesteente uit het Krijt.

Aan de Zuidkust van Engeland liggen gesteenten uit het Krijt, denk aan de White Cliffs of Dover. Na erosie werd dit materiaal door de onderstroom naar West-Friesland gevoerd waar het kon bezinken in de plassen langs de kreken. Het gebied waar deze soorten in Engeland voorkomen is niet heel erg groot. Je kunt je voorstellen dat mensen die in de Bronstijd op deze plaats leefden soms met een boot de zee opgingen. Als ze zich op de zeestroom lieten voortdrijven konden ze uiteindelijk in West-Friesland aan wal gaan. Of dat echt zo is gegaan blijft natuurlijk gissen.

Mocht je in West-Friesland op zoek willen gaan naar deze fossielen neem dan wel een microscoop mee. Het streepje in de linkerbovenhoek van de foto is 100 micrometer dat gelijk staat aan 0,1 millimeter.

Groene pijl stekel van een zee-egel, gele pijl fossiele foraminifeer (foto: S. Troelstra).

 

 

 

Stukjes Roemenië in West-Friesland

Als je plaatsnamen als Nibbixwoud en Westwoud hoort, dan verwacht je misschien een bos in de omgeving aan te treffen. Er staat ten slotte woud in de naam. Toch is het landschap rondom deze plaatsen behoorlijk kaal. In een ver verleden was dit wel anders. Zo’n 3000 jaar geleden was West-Friesland meer als… Roemenië.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Maar hoe weten we dit nou? Hoe krijg je nou een beeld van een landschap dat al zo lang niet meer bestaat? Het soort planten dat ergens groeit hangt sterk af van de grond waarop ze groeien. Je hoeft daarom maar een paar dingen te weten over de grond en je kunt zo voorspellen wat voor planten er gaan groeien – of er gegroeid hebben. Je hoeft enkel te weten wat de kwaliteit is van de bodem, wat de  grondwaterkwaliteit en- stand is, en hoe hoog het land ligt. Maar dit te weten komen is een tijdrovende klus.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Studenten plaatsen een boring aan de Rikkert bij Oosterdijk.

Studenten plaatsen een boring aan de Rikkert bij Oosterdijk.

Boorpuntenkaart van een deel van de boringen die zijn gebruikt voor de reconstructie van het landschap bij Westwoud.

Boorpuntenkaart van een deel van de boringen die zijn gebruikt voor de reconstructie van het landschap bij Westwoud.

 archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Het begint met een simpele tuinboor. Door een gat te boren en te kijken wat voor grond je opboort, krijg je een beeld van hoe de bodem is opgebouwd. Maar één boring is niet genoeg. Alleen al voor onze reconstructie van het landschap rondom Westwoud zijn maar liefst 2500 boringen nodig geweest, die stuk voor stuk moesten worden bestudeerd en ingevoerd in de computer. Hierbij is met name gelet op het kalkgehalte, de afslibbaarheid en het humusgehalte van het oppervlak waarop in de Bronstijd geleefd werd. Dit oppervlak is in de boringen heel herkenbaar als een donkere, bijna zwarte laag.

De hoogte van het land is terug te vinden in het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN). Dit zijn hoogtematen die met een vliegtuig van elke vierkante meter in Nederland zijn genomen. Van duizenden hoogtematen hebben we een hoogtekaart van West-Friesland kunnen maken.

Ten slotte konden we aan de hand van slakjes en schelpen uit Bronstijd sloten zien wat de waterdiepte en -kwaliteit in de sloten en greppels is geweest. Een heel karwei om dit voor elke opgraving te doen. Gelukkig hebben we hierbij veel hulp gehad van onze student, Nandi Mink.

Met al deze ondergrondgegevens kunnen we voorspellen welke plantengemeenschappen (bijvoorbeeld een eiken-beukenbos of een wilgenbroekstruweel) er in het verleden op een bepaalde plaats konden groeien. Vaak zijn er meerdere mogelijkheden. Met de gevonden plantenresten kunnen we vaststellen welke plantengroepen er daadwerkelijk waren. Op deze manier hebben we het bronstijd landschap aan kunnen kleden met planten.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Verdronken land van Saeftinghe

Het landschap ten westen van Hoogwoud zag er 3000 jaar geleden uit zoals het huidige Verdronken land van Saeftinghe in Zeeland.

Voorbeeld van een reliëf reconstructie van enkele percelen in West-Friesland met behulp van het AHN bestand. Het maximale hoogteverschil in deze percelen is circa 50 cm (rood is hoog, groen is laag). In het kronkelige patroon is duidelijk het kwelder landschap terug te zien.

Voorbeeld van een hoogtekaart van enkele percelen in West-Friesland met behulp van het AHN bestand. Het maximale hoogteverschil in deze percelen is circa 50 cm (rood is hoog, groen is laag). In het kronkelige patroon is duidelijk het kwelder landschap terug te zien.

 archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Maar om echt een goed beeld te krijgen van de natuur in de bronstijd is het handig om een kijkje te nemen naar vergelijkbare landschappen van vandaag de dag. Nederland heeft enkele mooie plekken waar landschappen zoals deze in de bronstijd hebben bestaan, nog goed te zien zijn. Rondom Hoogwoud zag het er bijvoorbeeld uit zoals het wad en kwelder van het Verdronken Land van Saefthinge in Zeeland. Maar ten oosten van Hoogwoud zag het land er heel anders uit. Ooit was ook dit een kwelder, maar in de bronstijd was het een zoetwatergebied geworden. Dit soort landschap is helaas nergens meer te zien in Nederland. Hoewel Nederland een waterrijk land is, missen we juist goede voorbeelden van natuurlijke waterrijke milieus. Daarom hebben we een tocht naar Roemenië gemaakt. In de delta van de rivier de Donau zijn namelijk nog wel plekken die lijken op hoe oostelijk West-Friesland er 3000 jaar geleden uitzag.

 archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

In de lage, natte delen groeiden Elzenbroekbossen.

In de lage, natte delen groeiden elzenbroekbossen.

Roemeens rundvee in een wilgenvloedbos. In de late bronstijd kwamen de lage delen permanent onder water te staan. Het elzenbroekbos schoof op en aan de randen van het water groeide een wilgenvloedbos.

Roemeens rundvee in een wilgenvloedbos. In de late bronstijd kwamen de lage delen van het land permanent onder water te staan. Het elzenbroekbos schoof op en aan de randen van het water groeide een wilgenvloedbos.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Oostelijk West-Friesland was toen niet vlak. Het landschap werd doorkruist met hogere ruggen. Deze ruggen waren hooguit een meter hoog, maar dit kleine hoogteverschil was genoeg om verschillende soorten bossen en planten te laten groeien. In de lage, natte delen, tussen de ruggen, lagen elzenbroekbossen. Toen op het einde van de bronstijd het landschap steeds natter werd, stonden deze plekken voortdurend onder water en kon er geen bos meer groeien. Aan de rand van het water ontstond een wilgenvloedbos en het elzenbroekbos kwam iets hoger te liggen.

 archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Op de flanken van de ruggen stond een ooibos met onder andere de es.

Op de flanken van de ruggen stond een ooibos met onder andere de es.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Nog wat hoger op de ruggen groeiden ooibossen, dit zijn moerasbossen die regelmatig onder water stonden. Hier groeiden onder andere es, eik en iep. Op de hoogste delen was de grond uitermate geschikt voor een eikenbos. Toch weten we uit de gevonden plantenresten dat dit er nooit gestaan heeft. We vinden namelijk alleen grassen en akkeronkruiden. Bovenop de ruggen werd er door mensen volop geakkerd en geweid. De West-Friezen werkten in de bronstijd blijkbaar zo hard dat de natuur op de ruggen geen kans kreeg. Oostelijk West-Friesland was 3000 jaar dus een zee van laaggelegen bossen met daardoorheen hoger gelegen banen van akkers en weiden.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Bovenop de ruggen had een eikenbos als dit moeten staan. Maar door het harde werken van de West-Friezen was het een open strook met weiden en akkers.

Bovenop de ruggen had een eikenbos als dit moeten staan. Maar door het harde werken van de West-Friezen was het een open strook met weiden en akkers.

 

"Hard" aan het werk tijdens onze expeditie naar Roemenië.

“Hard” aan het werk tijdens onze expeditie in Roemenië.

www.scriptsell.net