Bronstijd West-Friesland

Lees hier hoe West-Friesland 3000 jaar geleden was

Author: Yvonne van Amerongen

Vissers in bronstijd West-Friesland (in 3D)

West-Friesland staat al eeuwen lang bekend om zijn visserij. Door de uitstekende ligging van steden als Medemblik en Enkhuizen aan de Zuiderzee vormde het gebied al vanaf 700 n.Chr. een belangrijke schakel in de handelsroute tussen de Rijn en de Noord- en Oostzee. Er werd veel vis gevangen en verhandeld, wat door de eeuwen heen een belangrijke bron van inkomsten is geweest voor de Westfriezen.

Nu lijkt dit misschien al erg lang geleden, maar zelfs in de bronstijd werd er al volop vis gevangen en gegeten in West-Friesland. Vissoorten als paling, snoek, brasem en baars stonden 3000 jaar geleden vaak op het menu. Hoewel de meeste mensen nu vaak zeevis op hun bord hebben, waren het toen vooral zoetwatervissen die werden gegeten. Dit komt omdat het landschap rond West-Friesland er in de bronstijd heel anders uitzag dan nu. Nu ligt West-Friesland aan het IJsselmeer en daarvoor was er de Zuiderzee. Maar deze bestonden nog niet in de bronstijd. Er lagen grote zoetwatermeren op deze plek. Een groot deel van het gebied had geen verbinding met de Noordzee. Eigenlijk had de zee maar directe invloed tot Hoogwoud en tot daar vinden we dan ook zeevis terug tussen het bronstijd afval.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

Reconstructie van het landschap in West-Friesland rond de Midden-Bronstijd (1500-1100 v.Chr.).

Reconstructie van het landschap in West-Friesland rond de Midden-Bronstijd (1500-1100 v.Chr.).

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

Ten oosten van Hoogwoud is geen zeevis teruggevonden. Zoutwatervissen kwamen daar niet voor en blijkbaar werden ze ook niet ingevoerd vanuit het westen.  Mensen visten gewoon rond hun woonplaats en aten de gevangen vis daar op. En dat is handig, want zo leren we gelijk iets over het landschap rondom de woonplaatsen. Zo werden er meervallen gegeten. Deze vissen leven in groot open water en zo weten we dat er in oostelijk West-Friesland grote meren waren. Andere vissoorten komen weer uit kleine meren en stroompjes. Door zoiets simpels als een lekker visje weet je dus niet alleen wat mensen gegeten hebben, je krijgt ook gelijk een beeld van het landschap.

Omdat er zoveel verschillende soorten vissen zijn gevonden op de nederzettingen, is het duidelijk dat de Westfriezen in de Bronstijd al goed raad wisten met al het water in de omgeving. Men moest kennis hebben gehad van wanneer en waar verschillende vissoorten te vinden waren en hoe die gevangen konden worden. Soms wordt dit om een prachtige manier duidelijk. Zo is er bij Enkhuizen in 2009 een visfuik gevonden, gemaakt van aan elkaar geknoopte wilgentenen.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

De visfuik uit Enkhuizen, Kadijken zoals hij tijdens de opgraving van ADC ArcheoProjecten werd gevonden. (Laden kan even duren)

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

De visfuik uit Enkhuizen zoals  hij er ongeveer uit heeft gezien in de Bronstijd (Bron: IJsveld, E. 2014. Reconstructing a prehistoric fishtrap. EXARC Journal 2014 (1), Eindhoven)

De visfuik uit Enkhuizen zoals hij er ongeveer uit heeft gezien in de Bronstijd (Bron: IJsveld, E. 2014. Reconstructing a prehistoric fishtrap. EXARC Journal 2014 (1), Eindhoven)

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

Verder zullen mensen ook gebruik hebben gemaakt van netten, visweren en dergelijke, maar deze zijn (nog) niet teruggevonden in West-Friesland. Ook is het duidelijk dat mensen handig gebruik maakten van periodes in het jaar waarin bepaalde vissen zich van en naar zee verplaatsten: de trek. Vissen als zalm en paling zijn dan in grote hoeveelheden tegelijk aanwezig en daarom makkelijker te vangen dan in andere perioden.

Maar niet op alle plekken werd op dezelfde manier vis gevangen. Iedere plaats had zijn eigen maniertjes. Zo werd er in Medemblik en Enkhuizen paling gegeten, maar de diktes van de vissen laat zien dat er anders gevist werd: op de ene plek met fuiken en op de andere met weren. En in Hoogwoud werd waarschijnlijk aan bottrappen gedaan, zo blijkt uit de snijkrassen op de ruggenwervel van een platvis. Bij deze vangsttechniek waadt men bij eb door het ondiepe water en wanneer men op een platvis trapt, wordt deze met de voeten op de plaats gehouden en met een speer doorboord.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

Op vergelijkbare wijze is waarschijnlijk in de Bronstijd platvis gevangen (Bron: Egoproject en Kees Vanger)

Op vergelijkbare wijze is waarschijnlijk in de Bronstijd platvis gevangen (Bron: Egoproject en Kees Vanger)

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

Hak- en snijkrassen op vissenbotten uit de bronstijd geven aanwijzingen dat mensen vis gefileerd hebben en verbrandingssporen op botten laten zien dat de vis werd bereid voor het eten. We weten niet precies hoe de vis werd bereid, maar het zou zo maar kunnen dat West-Friezen in de Bronstijd al van een lekkere gerookte paling konden genieten!

Achter de ploeg

Bij het onderzoek naar de bestaanseconomie van Westfriesland zijn we op het moment druk bezig met het bestuderen van ploegsporen. Hoewel ploegsporen niet meer zijn dan kleine zwarte lijntjes in het opgravingsvlak, zijn ze toch erg belangrijk voor ons onderzoek. Als je vandaag de dag door Westfriesland rijdt, dan zie je overal mensen hard aan het werk om hun land zo productief mogelijk te maken. En als je naar ploegsporen kijkt, dan zie je hoe mensen 3000 jaar geleden hetzelfde probeerden te doen. Er kan veel informatie worden gehaald uit deze sporen, zoals hoe (vaak) mensen een veld gebruikten. Ook kan er, door middel van de verspreiding en grootte van gebieden waar ploegsporen zich aftekenen, iets gezegd worden over de omvang en locatie van de akkers. Ploegsporen vertellen zo het verhaal over hoe mensen al duizenden jaren in de streek hard en slim werken om het meeste uit de Westfriese grond te halen. bronstijd west-friesland prehistorie archeologie

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Ploegsporen, zoals we ze deze zomer aantroffen tijdens onze opgraving aan de Rikkert bij Oosterdijk.

Ploegsporen, zoals we ze deze zomer aantroffen tijdens onze opgraving aan de Rikkert bij Oosterdijk.

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Ploegsporen herkennen

Om iets te zeggen over de prehistorische manier van land bewerken is het van belang de ploegsporen in detail te onderzoeken, maar ploegsporen blijven alleen onder zeldzame omstandigheden archeologisch bewaard. Het belangrijkste voor het vinden van deze sporen is dat de ploeg tijdens de bewerking van het land diep door de grond moet zijn getrokken. Bij een prehistorische ploeg is dat meestal zo’n 20-30 cm. Maar alleen wanneer de ploeg door de donkere toplaag, de bouwvoor, heen schoot en de lichter gekleurde ondergrond inschoot, werd een kleurverschil in de ondergrond gecreëerd. Dit kleurverschil kan door archeologen worden waargenomen als dunne zwarte lijntjes wanneer we de bodem open leggen . Maar natuurlijk moeten ze dan ook nog de tand des tijds hebben doorstaan. Gelukkig is dit in Westfriesland opvallend vaak het geval geweest, want in deze streek zijn veel vaker ploegsporen gevonden dan in de rest van Nederland. Dit is één van de redenen waarom de Westfriese acheologie zo interessant is. bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

De prehistorische manier van ploegen: een span runderen voor een eergetouw. © Niels Bach

De prehistorische manier van ploegen: een span runderen voor een eergetouw. © Niels Bach

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Ploegen in de prehistorie

De bronstijd ploeg is eigenlijk helemaal geen ploeg, maar een eergetouw. Hij keert de grond namelijk niet, maar scheurt hem slechts open. De vraag is natuurlijk waarom men dat deed. Op sommige plekken in de wereld wordt vandaag de dag nog steeds een eergetouw gebruikt, met het doel om akkers te ontdoen van onkruidwortels. In de prehistorie was het waarschijnlijk niet anders. Er werd vaak kruislings geploegd, om een zo groot mogelijk oppervlak te kunnen bewerken. Hierbij werden runderen gebruikt, mogelijk ossen. Het paard kon nog niet worden ingezet voor het bewerken van het land, omdat het haam nog niet was uitgevonden.

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Voorbeelden uit de opgravingen

Als je naar de opgegraven ploegsporen kijkt, bijvoorbeeld die van een opgraving bij het Tolhuis in Hoogkarspel, (afbeelding 3), vallen verschillende dingen op. Op het eerste gezicht lijkt het wel alsof mensen maar wat gedaan hebben: de sporen lopen alle kanten op. We hebben geprobeerd hier wat orde in te scheppen door de verschillende oriëntaties van (kruislingse) ploegsporen andere kleuren te geven (zie onderstaande afbeelding). Door dit te doen komt er iets meer duidelijkheid – mensen wisten blijkbaar toch wat ze deden. Nu is namelijk te zien dat er maar in 6 verschillende richtingen is geploegd, niet tegelijkertijd maar door de tijd heen. Dezelfde akkers zijn dus meermalen en langere tijd gebruikt. Blijkbaar wisten de Westfriezen zelfs met beperkte middelen het gebruik van hun grond te verlengen en zo hoefden hun akkers niet jaarlijks ergens anders aangelegd te worden, zoals eerst door sommige archeologen werd gedacht.

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Voorbeeld van hoe ploegsporen er op tekening uit zien (links), en na het inkleuren van de verschillende oriëntaties (rechts). Dit voorbeeld komt uit de opgraving Hoogkarspel-Tolhuis.

Voorbeeld van hoe ploegsporen er op tekening uit zien (links), en na het inkleuren van de verschillende oriëntaties (rechts). Dit voorbeeld komt uit de opgraving Hoogkarspel-Tolhuis.

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Uitdagingen en toekomstig onderzoek

Een ander, minder leuk resultaat is dat het duidelijk is geworden dat het heel moeilijk is om groottes en locaties van akkers te reconstrueren. Omdat de ploeg maar in zeldzame gevallen door de bouwvoor heen prikte, is het zeldzaam dat aaneengesloten ploegsporen worden gevonden; terwijl we dit nu juist nodig hebben om de omvang van een akker te bepalen. Voorbeelden uit vroegere perioden, zoals de late steentijd, laten wel zien dat akkers minstens 100 x 60 meter kunnen zijn geweest.

Een tweede probleem van akkergrootte bepalen is dat er zelden grenzen van akkers zijn aan te tonen, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn voor het omkeren van het span runderen. Dit is maar in één geval geconstateerd, maar hier zijn de overige ploegsporen onvoldoende aaneengesloten om de grootte van de akker uit af te leiden.

Ook de locatie van de akker ten opzichte van de huizen is erg lastig te herleiden, omdat ploegsporen in het verleden vaak niet gedateerd konden worden en we dus niet altijd weten met welke huizen de ploegsporen gelijktijdig zijn. Met nieuwe technieken is het sinds kort wel mogelijk om ploegsporen te dateren en deze zullen hopelijk in toekomstige opgravingen worden toegepast. Daarnaast kan een meer gedetailleerd onderzoek van ploegsporen in de nabijheid van andere bewoningssporen mogelijk uitsluitsel geven over gelijktijdigheid met de andere sporen.

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Wordt vervolgd…

www.scriptsell.net