Bronstijd West-Friesland

Lees hier hoe West-Friesland 3000 jaar geleden was

Category: Veldwerk (page 1 of 3)

Veldwerk Rikkert 2015 afgerond

Het veldwerk aan de Rikkert is alweer afgerond. De afgelopen twee weken hebben we diverse veldmethodieken toegepast om een beeld te krijgen van de aanwezigheid en spreiding van bronstijdresten in de ondergrond.  In de eerste week hebben we in de zinderende hitte boringen gezet en enkele proefputten gegraven. In de kleine putten vonden we al snel prachtige ploegsporen uit de bronstijd en zelfs enkele bronstijdsloten.

Afgelopen week moesten nog een aantal proefputten worden gegraven en stond het weerstandsmeting- en geomagnetisch onderzoek in de planning. De week begon met minder fraai weer; slagregens en de altijd aanwezige Westfriese wind zorgde voor barre omstandigheden in het veld. Al dat water zorgde er wel voor dat we  onze putten makkelijker uit konden graven! Bovendien zijn de resultaten van weerstandsmetingen vaak beter in een vochtige ondergrond.

137

Corry Bakels en Yvonne van Amerongen van het onderzoeksproject brachten op de meest gure dag een bezoek aan de opgraving.

Door alle boringen hebben we nu een aardig beeld van de bodemopbouw in het gebied. Met name op locaties met in de boring de veenlaag of zwarte laag, is de bodemopbouw nog helemaal intact en is de kans op het aantreffen van bronstijdsporen zeer groot. Op deze plekken hebben we proefputten (1 x 1 m) gegraven om een indruk te krijgen van de omvang van het akkercomplex uit de bronstijd. In diverse putten troffen we fraaie ploegsporen aan. We hebben ook mogelijk een grens van de akker bereikt met een intacte bodemopbouw zonder ploegsporen.

IMG_5162_small

Op een diep niveau steken de smalle donkere ploegvoren scherp af tegen de lichte ondergrond. De richting van de ploegsporen kunnen we per put met elkaar vergelijken en daardoor krijgen we een beeld van de fasering van de akkers.

Het onderzoek met de weerstandsmeter van vorig jaar liet al duidelijk een aantal bronstijdsloten zien op het terrein. Op enkele ‘verdachte’ plekken hebben we deze week ter controle een proefput of sleuf gegraven. De resultaten waren wisselend. In de ene put troffen we inderdaad een brede bronstijdsloot aan (zie afbeelding onder), in de andere put vonden we alleen ploegsporen. Interessant is de vraag in welke mate de grond in de sloten (textuur, humusgehalte e.d.) het beeld van de weerstandsmetingen bepaalt. we hebben daarom uit enkele sloten grondmonsters genomen om dit uit te zoeken.

sleuf

Student Luuk Rietveld is bezig met een proefput over een ‘verdachte’ locatie die op de weerstandsmeting van vorig jaar te zien was. In de smalle put is rechts duidelijk een donker spoor te zien, een bronstijdsloot (bingo dus!). Achterin de put konden ook enkele ploegsporen worden gedocumenteerd.

Aan het eind van de week kwam Wouter Verschoof langs met zijn weerstandsmeter. Ook het geomagnetisch onderzoek door enkele collega’s uit Frankfurt is eind vorige week uitgevoerd. We zijn enorm benieuwd naar de resultaten van alle metingen!

weerstandgeomagneto

Geomagnetisch onderzoek (links) en weerstandsonderzoek (rechts) aan de Rikkert.

In het Noord-Hollands Dagblad van vrijdag 21 augustus stond nog een artikel over ons onderzoek:

rikkert_krant_21-08-2015

Eerste resultaten veldwerk Rikkert

De eerste week veldwerk aan de Rikkert zit er alweer op en we hebben al wat mooie resultaten.

Na het uitzetten van het meetsysteem en de proefputten zijn we gestart met boringen op plekken waar we putten wilden graven. De profielen in de boringen bepaalden of het zinvol was om een put (met de hand) te graven, we gaan natuurlijk geen putten graven op plekken die recent verstoord zijn! Het bodemprofiel bij slechts één van de acht geplande putten was verstoord. De boringen lieten bij de overige putten een intacte opbouw zien, van boven naar beneden: moderne bouwvoor, kiekkleilaagje (vermoedelijk Middeleeuws), dun veenpakket (vorige campagne gedateerd in de Romeinse tijd), grijze laag (vermoedelijk bronstijdakker). Ploegsporen zijn in de boringen niet te herkennen, daarvoor moesten we dus echt gaan graven.

overzicht

Om de 20 m wordt een putje uitgegraven.

De meeste putten van de eerste raai (strook) hebben we deze week uitgegraven. Het was even spannend of we ploegkrassen onder de veronderstelde akker zouden aantreffen, maar al snel was het raak.

ploegkrassen_rikkert 2015

Laagsgewijs wordt de onderste grijze (akker)laag verdiept totdat de ploegkrassen duidelijk zichtbaar worden.

Ploegkrassen zijn overigens niet in alle putten aanwezig. Aan de rand van ons onderzoeksgebied troffen we een intacte bodemopbouw aan, maar geen ploegkrassen onder de grijze laag . Ook troffen we in twee putten een bronstijdspoor aan, waarschijnlijk een greppel. Dit kun je zien als toevalsvondst maar als je de ‘drukke’ overzichtsplattegronden van sommige nederzettingsterreinen bekijkt, is het niet verwonderlijk dat in een klein proefputje een greppel wordt aangesneden.

We hebben de volledige akkerlaag van één put handmatig gezeefd (5 mm zeef). Doel van het zeven was om een idee te krijgen van de hoeveelheid vondstmateriaal en het soort vondsten in een bronstijdakker. Het is bekend dat prehistorische akkers met ‘huisvuil’ zijn aangerijkt, maar systematisch onderzoek hiernaar ontbreekt nog bij bronstijdakkers in West-Friesland. Door de grote hoeveelheid silt in de akker aan de Rikkert kostte het helaas veel tijd en moeite om de monsters handmatig te zeven. We hebben daarom afgezien van het plan om de akker in elke put te zeven. Het zeven van de akker in één put (ca. 2 kruiwagens grond) leverde enkele minuscule stukjes botmateriaal op.

zeven

De akkerlaag van één put is volledig handmatig gezeefd.

Om te kijken of we het akkercomplex iets beter kunnen begrenzen, gaan we volgende week nog enkele putten graven tussen de putten waar we ploegkrassen hebben en de putten waar deze ontbreken. Ook moeten nog enkele putten gegraven worden op plekken waar op de weerstandsmetingen van vorig jaar ‘verdachte plekken’ te zien waren. Aan het eind van de week zal een groot deel van het onderzoeksgebied geomagnetisch worden onderzocht door Duitse collega’s.

We houden jullie op de hoogte!

Veldwerk Rikkert 2015

Deze week zijn we weer begonnen met veldwerk in onze ‘proeftuin’ aan de Rikkert in Enkhuizen. Doel van het veldonderzoek is het toetsen van verschillende technieken om de aanwezigheid en uitgestrektheid van het in de bronstijd gecultiveerde landschap te bepalen. Dit jaar is het veldonderzoek wat kleinschaliger dan voorgaande campagnes, er komt zelfs geen kraan aan te pas! De afgelopen twee zomers heeft Wouter Verschoof van RAAP BV enkele stukken met de weerstandsmeter onderzocht. Op de beelden waren bronstijdsloten te zien en een aantal ‘verdachte plekken’. Op enkele van deze plekken gaan we nu proefputjes graven om te kijken wat er in de ondergrond zit. Op andere delen van het perceel hebben we in voorgaande jaren een prachtige ontdekking gedaan; ploegsporen uit de bronstijd die duiden op akkers. De conservering van de ploegkrassen en de akkerlaag is zeer bijzonder voor de regio. Om een indicatie te krijgen van de omvang van deze akkers zullen we een aantal proefputten in raaien graven.

Volgende week komen enkele Duitse collega’s langs om een flink deel van ons onderzoeksgebied (bijna 10 ha) geomagnetisch te onderzoeken. Het is de bedoeling om straks de resultaten uit onze putten en van de weerstandmetingen met de geomagnetische metingen te vergelijken.

Vandaag hebben we de eerste putten bijna op diepte gebracht. We zijn benieuwd of we weer ploegkrassen zullen vinden!

P1300668

Voorbeeld van ploegsporen in het sporenvlak (campagne 2014).

 

 

Grafheuvel met bijzettingen ontdekt tijdens N23 onderzoek!

De N23-opgravingen zijn nu bijna afgerond, maar nog steeds worden er spectaculaire ontdekkingen gedaan. Afgelopen weken werd in Westwoud een kleine opgraving uitgevoerd midden in een middeleeuws bewoningslint. Onder een recent gesloopte boerderij kwam een groot deel van een grafheuvel uit de midden-bronstijd tevoorschijn. Bijzonder was dat een deel van het heuvellichaam nog intact was. Er werden maar liefst drie skeletten in de grafheuvel aangetroffen. Ook vonden de archeologen in de ringsloot van de grafheuvel een gave bronzen beitel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERALees meer over deze mooie ontdekkingen op de website van de provincie Noord-Holland.

Vandaag verscheen onderstaand krantenartikel over de vondsten in het Noord-Hollands Dagblad.

Unnamed_CCI_EPS

Opgravingen langs de Streekweg in Hoogkarspel

Enkele maanden geleden hebben archeologen twee terreinen ten zuiden van de Streekweg opgegraven, in het kader van de aanleg van de N23-Westfrisiaweg. Dit gebied kent een lange geschiedenis van onderzoek naar resten uit de bronstijd. Halverwege de jaren 60 begonnen archeologen van de Universiteit van Amsterdam hier voor het eerst met grootschalig nederzettingsonderzoek (Hoogkarspel-Tolhuis). Wat hebben al deze opgravingen aan bronstijdresten opgeleverd? In dit artikel wordt een kort overzicht gepresenteerd.

PNH 8873

Luchtfoto waarop enkele werkputten met bronstijdsporen te zien zijn van het onderzoek in 1968 op vindplaats F.

We kennen de grafheuvels, maar hoe zagen de nederzettingen eruit?

In de jaren 40 en 50 werden enkele Westfriese bronstijd grafheuvels onderzocht. Over de nederzettingsterreinen was in die tijd nog nauwelijks iets bekend. De archeologen Bakker en Brandt schrijven hierover: ‘(…) dat er een dringende behoefte bestond aan een onderzoek van een nederzettingscomplex in oostelijk West-Friesland – bij voorkeur met veel mobilia in stratigrafisch verband!’ Een bodemkartering door Ente en zijn collega’s uit Wageningen halverwege de jaren 50 leverde, naast een prachtige kaart met bodemsoorten van oostelijk West-Friesland, voor het eerst ook een overzicht op van ‘oude woongronden’. Hiermee werden terreinen bedoeld waar veel (voornamelijk prehistorische) vondsten aan het oppervlak werden gevonden. Kort na de publicatie van Ente deed dhr. Schipper uit Zwaag in 1964 melding van aardewerk en hoogteverschillen op een perceel ten zuiden van de Streekweg. De archeologen van het Albert Egges Van Giffen Instituut voor Prae- en Protohistorie (IPP) van de Universiteit van Amsterdam namen poolshoogte en begonnen met opgravingen.

tolhuis

Locatie van de verschillende opgravingen ten zuiden van de Streekweg. De vindplaatsen zijn met een letter aangegeven. De twee terreinen die in 2014 zijn opgegraven zijn met een stippellijn weergegeven.

In de jaren 1964-65 werden enkele kleine werkputten aangelegd (vindplaats A, B, C en E). In 1965 vond op vindplaats D een meer uitgebreid onderzoek plaats. Hier werden twee grafheuvels uit de midden-bronstijd ontdekt en een graf met vrouw en kind. Naast de grafheuvels werden ook enkele zeer vondstrijke greppels uit de late bronstijd onderzocht. In de zomer van 1966 begonnen de archeologen met echt grootschalig onderzoek in het westen van het terrein, vindplaats F. Daar werd vrijwel aaneengesloten gegraven tot in het voorjaar van 1969. In 1979 werd nog een groot (westelijk) deel van de vindplaats opgegraven. Toen bleef het lange tijd stil. Totdat archeologen in november vorig jaar een tweetal terreinen grenzend aan vindplaats F konden opgraven.

Vindplaats F. Bewoningssporen en akkers uit de midden-bronstijd (ca. 1500-1100 v. Chr.)

Tijdens het oude onderzoek is in totaal bijna 2,3 ha opgegraven. Het onderzoek uit 2014 heeft daar nog eens 1,5 ha aan toegevoegd. Op het onderstaande overzicht staan alle sporen en structuren van de opgravingen op vindplaats F weergegeven. De meeste sporen bestaan uit nederzettingsresten uit de midden-bronstijd. Zoals gebruikelijk domineren greppels het overzicht. Deze zijn gegraven rond boerderijen (huisgreppels) en vormen vaak de begrenzing van de erven. Op 13 plekken zijn boerderijen aangetroffen. Aan de opeenvolging van boerderijen is te zien dat sommige plekken enkele generaties als woonerf in gebruik zijn geweest.

askaardvplF

Overzicht van alle bronstijdsporen op vindplaats F. De huisplaatsen zijn met een rood raster weergegeven. Sporen uit de midden-bronstijd bestaan uit greppels (blauw) en kringgreppels (groen). In bruin de greppelsystemen uit de late bronstijd.

De Westfriese bronstijdboerderijen hebben een driebeukige indeling. De dakdragende constructie bestaat uit een rij gebinten die op regelmatige afstand van elkaar zijn geplaatst, de lengte van de boerderijen varieert van 10 tot wel 25 meter. Van de wanden vinden we bijna nooit iets terug. We vermoeden dat deze uit plaggen hebben bestaan. Heel soms worden er stakenrijen ter hoogte van de wand gevonden, die zullen langs de plaggenwand hebben gestaan. Bij enkele plattegronden van Tolhuis F zijn enkele smalle greppeltjes ter hoogte van de wand gevonden. Deze wandconstructie is nog nergens anders aangetroffen in West-Friesland. In deze greppels kan een plank of balk zijn gelegd waarop staken hebben gerust. Dit kan ook zijn uitgevoerd in combinatie met een plaggenwand.

 

hs08

Sporen van een huisplaats uit de midden-bronstijd (zwart) op vindplaats F. De breedte van de boerderij kan worden bepaald door wandgreppels (blauw raster). De dakdragende constructie is in rood raster weergegeven.

Op de erven zijn honderden kleine ronde structuren gevonden, smalle greppeltjes die in een cirkel van ongeveer 4 meter zijn gegraven. Deze kringgreppeltjes zijn typische Westfriese bronstijdstructuren die mogelijk met de opslag van de oogst te maken hebben.

Bijzonder aan de vindplaats is dat over grote delen van het terrein sporen van akkerpercelen zijn gevonden. Op plekken waar de ploeg diep in de ondergrond sneed, zijn smalle ploegkrassen bewaard gebleven. De ploegkrassen zijn zowel over als onder nederzettingssporen waargenomen. Dit betekent dat oude erven later in gebruik zijn genomen als akker en dat op oude akkers boerderijen zijn gebouwd. Deze bewoningsdynamiek zien we op veel Westfriese nederzettingsterreinen terug, maar alleen tijdens het onderzoek langs de Streekweg kon deze opeenvolging op enkele plekken ook worden vastgesteld in het bodemprofiel. Dit is een unieke situatie die het mogelijk maakt vraagstellingen over de aard en tijdsdiepte van de verschillende activiteiten voorafgaand, tijdens en na de bronstijd te onderzoeken.

Vindplaats F. Erven uit de late bronstijd (ca. 1100-800 v. Chr.)

Op vindplaats F zijn twee grote concentraties met sporen uit de late bronstijd aangetroffen. Op onderstaand overzicht is duidelijk te zien dat we hier te maken hebben met een ander nederzettingssysteem dan in de voorgaande periode. In plaats van een uitgestrekt gecultiveerd landschap met greppels en boerderijen die zich over een groot gebied uitstrekken, zien we in de late bronstijd een clustering van bewoning, die zich kenmerkt zich door greppelbundels die percelen van ca. 50 x 50 m omsluiten.

In het noordoosten zijn twee huisplaatsen aangetroffen binnen enkele forse greppels uit de late bronstijd, die zeer waarschijnlijk geassocieerd kunnen worden met de greppelsystemen. We moeten voorzichtig zijn met het dateren van structuren op basis van mogeljke associaties, maar er is nog een aanwijzing dat de plattegronden in de late bronstijd dateren. Paalkuilen van één huis snijden namelijk een greppel die in de late bronstijd dateert. De huizen lijken wat betreft opbouw nog sterk op de huizen uit de midden-bronstijd, een driebeukige indeling en op regelmatige afstand van elkaar geplaatste gebinten. Alleen de kenmerkende huisgreppel ontbreekt. De forse greppels rondom de huisplaatsen zullen een belangrijke drainerende functie hebben gehad.

In het noordwesten zien we een greppelsysteem uit de late bronstijd met een wel zeer strakke layout. Het onderzoek dat hier werd uitgevoerd (in 1979) was vooral gericht op stratigrafie en chronologie van bewoningssporen uit de late bronstijd. Door het bestuderen van de oversnijdingen en opvullingen van de greppels, kon men destijds vaststellen dat de greppels in de loop van de late bronstijd steeds verder vanuit het ‘binnenterrein’ zijn aangelegd. Uniek voor dit complex is de aanwezigheid van late bronstijd sporen binnen het greppelsysteem. Van de opgraving Bovenkarspel-Het Valkje kennen we vergelijkbare greppelsystemen, maar de binnenterreinen zijn daar leeg. In Hoogkarspel zijn op het binnenterrein enkele greppelstructuren en stakenrijen waar te nemen. De afmeting en vorm van de greppelstructuren heeft wel wat weg van huisgreppels, maar paalkuilen ontbreken. Deze zou je hier wel kunnen verwachten net als binnen het nabijgelegen complex uit de late bronstijd. De kleine greppelstructuren kunnen ook een andere functie hebben gehad, bijvoorbeeld als omheining voor vee.

lbt

De twee spoorclusters uit de late bronstijd op vindplaats F. In het westen bevindt zich een rechthoekig omgreppeld terrein (zwart) met enkele greppelstructuren op het binnenterrein (rood). In het oosten kunnen enkele greppels (zwart) met huisplaatsen (blauw) worden geassocieerd.

Eerste resultaten van het onderzoek uit 2014

De uitwerking van de opgraving van enkele maanden geleden is nog niet volledig afgerond. Een overzicht van de sporen en structuren ontbreekt daarom nog, maar er kunnen wel enkele interessante observaties worden gedaan. De opgraving concentreerde zich ten noorden en zuiden van vindplaats F. Het was voor de archeologen spannend of de unieke complexe stratigrafie nog aanwezig zou zijn, dus dat cultuur- en akkerlagen van elkaar gescheiden waren. Dit bleek helaas niet het geval te zijn. De ondergrond van het perceel waarop het onderzoek zich concentreerde bleek tot grote diepte te zijn verstoord. Op sommige locaties die grensden aan de oude ‘volle’ opgravingsputten werd geen enkel bronstijdspoor meer aangetroffen. Dit laat zien maar weer eens zien hoe vernietigend de ruilverkaveling kon zijn voor het bodemarchief. Gelukkig waren andere delen van het perceel minder ingrijpend op de schop gegaan, per perceel kan dit dus verschillen maar ook binnen één perceel. Op een groot aantal plekken konden toch nog veel bronstijdsporen worden opgetekend.

In het zuiden bevinden zich enkele huisplaatsen en weer veel greppels. Een aantal bronstijdgreppels die 50 jaar geleden zijn gevonden, sluiten mooi aan op de greppels in de nieuwe opgravingsputten. In het noorden zijn naast vele tientallen kringgreppels veel greppels van het late bronstijd complex aangetroffen. Deze konden nog zeker 40 m in westelijke richting worden gevolgd, wat het gehele complex dus een stuk omvangrijker maakt. Voor het oude onderzoek op vindplaats F waren geen 14C-dateringen beschikbaar. Het huidige onderzoek stelt ons in de gelegenheid om gericht enkele contexten voor 14C-onderzoek te dateren, zodat we voor het de hele vindplaats een meer gedetailleerd beeld kunnen krijgen van ontwikkelingen in de midden- en late bronstijd.

hkltunnel

De opgraving ten zuiden van de Streekweg in 2014. Links op de achtergrond is de Watertoren van Hoogkarspel te zien.

Meer lezen over het oude onderzoek van Hoogkarspel-Tolhuis?

Bakker, J.A., & R.W. Brandt, 1966: Opgravingen te Hoogkarspel III: Grafheuvels en een terp uit de Late Bronstijd ten ZW van het Medemblikker Tolhuis. (Westfriese Oudheden, 9). West-Frieslands oud en Nieuw 33, 176-224.

Bakker, J.A., & W.H. Metz, 1967: Opgravingen te Hoogkarspel IV: Het onderzoek in 1966 van vindplaats F ten ZW van het Medemblikker Tolhuis (voorlopige mededeling). (Westfriese Oudheden, X), West-Frieslands Oud en Nieuw 34, 202-228.

Bakker, J.A., Ph. J. Woltering & W.J. Manssen, 1968: Opgravingen te Hoogkarspel (V). Het onderzoek van vindplaats F in 1967 (voorlopige mededeling). (Westfriese Oudheden, XI), West-Frieslands Oud en Nieuw 35, 192-199.

 

Nieuw skelet gevonden tijdens N23 opgravingen

Tijdens de opgraving die in het kader van de aanleg van de N23-Westfrisiaweg worden uitgevoerd, is een tweede skelet gevonden! Archeologen vonden in een kuil het skelet van een jonge man op de vindplaats ‘N23-Markerwaardweg’. Bijzonder is dat de overledene op zijn buik in de kuil is gelegd, hoogst uitzonderlijk! Nader onderzoek zal meer duidelijkheid moeten verschaffen over de omstandigheden waarop deze persoon aan zijn eind kwam.

De provincie Noord-Holland publiceerde onlangs op haar website wat meer informatie over de vondst.

Gaaf inhumatiegraf opgegraven tijdens N23-onderzoek

Deze week werd tijdens één van de N23-opgravingen in Westwoud een randstructuur van een grafmonument gevonden. Een centrale begraving ontbrak, deze is waarschijnlijk in latere tijden verdwenen door landbewerking. Gelukkig was een bijzetting aan de rand van het monument nog bewaard gebleven. In een smalle grafkuil werd het uitzonderlijk gave skelet van een jonge vrouw gevonden! De vrouw – door de opgravers ‘Drechtje’ gedoopt – is op haar rug begraven, de handen gevouwen hoog op de borst.

Later meer over deze vondst!

Afgelopen zaterdag verscheen er een stuk in het Noord-Hollands Dagblad over Drechtje:

drechtje

Vierkante omgreppeling uit bronstijd ontdekt bij N23-opgravingen

De N23-opgravingen zijn nog steeds in volle gang en elke week worden er weer nieuwe interessante ontdekkingen gedaan. Zo ook afgelopen week, ten oosten van de Houterweg in Hoogkarspel. De archeologen doen hier al enkele weken onderzoek op een nederzettingsterrein uit de midden-bronstijd (ca. 1500-1100 voor Christus). De meeste bronstijdsporen bevinden zich op een hoge zandrug die min of meer noord-zuid is georiënteerd. Deze rug is nog steeds in de huidige akkers te zien en ook op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) springt de rug eruit.

ahn_houterweg

De smalle hoge zandrug ten oosten van de Houterweg is op het AHN goed te zien (bron: www.arcgis.com)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar het westen toe, vlak voor de Houterweg, neemt de spoordichtheid af. En juist daar troffen de archeologen een mysterieuze structuur aan. De structuur beslaat ongeveer 15 m in het vierkant en bestaat uit twee omgreppelingen. Er werd eerst aan een grafstructuur gedacht, daarvan zijn er vele bekend in West-Friesland.  Maar vrijwel alle grafstructuren zijn rond. Er zijn wel enkele vierkante structuren bekend, maar daar is nog weinig veldonderzoek naar gedaan. Enkele fraaie voorbeelden zijn middels luchtfoto’s waargenomen, zoals in Broekerhaven, ten zuidoosten van Enkhuizen.

Metz-vierkant_small

Enkhuizen-Broekerhaven. Greppelstructuren uit de bronstijd die na de ruilverkaveling zijn waargenomen (bron: W. Metz).

Hebben we hier nu te maken met een grafmonument? Het is nu nog even gissen. Na analyse van het vondstmateriaal en monsters uit de greppelvullingen zal waarschijnlijk meer duidelijk worden.

Er zijn weinig bronstijdsporen aangetroffen rondom de structuur, we kunnen er dus van uitgaan dat we hier buiten de bewoningskernen zitten. De aanwezigheid van de structuur in dit ‘buitengebied’ laat maar weer eens zien dat hier in de bronstijd veel interessante handelingen plaats hebben gevonden waar we als archeoloog nog maar weinig grip op hebben. Dit keer is het een toevalsvondst, maar het moet een aansporing zijn om ook de meer lege terreinen tussen de nederzettingen te onderzoeken.

Lees hieronder het krantenartikel over de greppelstructuur, dat deze week verscheen in het Noord-Hollands Dagblad.

Unnamed_CCI_EPS

Houten peddel gevonden tijdens N23-opgravingen

De opgravingen die in het kader van de N23 Westfrisiaweg worden uitgevoerd geven steeds meer geheimen prijs. Onlangs nog werd een groot deel van een houten peddel gevonden, onderin een diepe kuil. Deze diepe bronstijd kuilen zijn ware schatkamers, door het grondwater blijven organische resten onderin de kuilen uitstekend bewaard. De verschillende houten vondsten die de archeologen uit deze kuilen hebben verzameld geven ons veel informatie over het dagelijks leven van de bronstijdboeren van West-Friesland. Naast boeren waren het ook vissers; er zijn in de loop der jaren duizenden vissenbotjes teruggevonden. De peddel is het eerste tastbare bewijs dat men in de bronstijd de geulen en plassen in West-Friesland per bootje of kano bedwong. We wisten wel dat men veel vaarde, maar voor west-Friesland is het vooralsnog lastig om te bepalen waar de watervoerende geulen in de bronstijd liggen. In Denemarken en Engeland zijn vele boten uit de bronstijd opgegraven. Die archeologische opgravingen concentreerden zich in natte venige gebieden of oude geulen. Momenteel graven we in West-Friesland vooral ‘het droge’ op. Plekken waar men woonde en akkerde. Wie weet wat we tegen gaan komen als we in de lage natte delen gaan graven!

Interessant is de vraag hoe de peddel in de kuil terecht is gekomen. Was er in de nabijheid van de nederzetting een watervoerende geul en gaan we die nog tegen komen? Is de steel van de peddel gebroken en is deze daarom in een waterput gegooid, als afval? Of is er meer aan de hand? Op de peddel werd ook een schedel van een rund gevonden, toeval of een bijzondere depositie? Genoeg vragen om de archeologen de komende tijd mee bezig te houden. Ondertussen gaan de opgravingen door en zullen er vast nog veel spectaculaire ontdekkingen gedaan worden die ons meer leren over het leven in de Westfriese bronstijd. Het is overigens nog de vraag of het om een peddel gaat of om een roeiriem. Het forse blad lijkt erg groot en zwaar om te peddelen. Als het een roeiriem is, zou dat spectaculair nieuws zijn want roeiriemen behoren tot grote vaartuigen. In Engeland zijn er hiervan enkele opgegraven, een van de fraaiste voorbeelden is de zogenaamde Dover-boat. Een nader onderzoek naar de functie van de peddel of roeiriem zal nog plaats vinden, waarbij verschillende specialisten uit binnen- en buitenland zullen worden geraadpleegd.

Lees hier nog een artikel over de peddel.

De provincie Noord-Holland heeft een kort stukje op hun website geplaatst over de open dag bij de N23 opgraving. Lees het hier.

Older posts
www.scriptsell.net