In de afgelopen weken hebben vier leerlingen van het Stedelijk Gymnasium in Leiden meegedraaid in ons onderzoeksproject. Stefan, Tjalling, Wiebe en Wytze hebben vier dagdelen onderzoek gedaan naar het landschap van de bronstijd in de omgeving van de vindplaats Broekerhaven bij Enkhuizen. Het onderzoek vond plaats in het kader van het project Science4U (http://www.gymnasiumleiden.nl/content/activiteiten/science4u.php). Tijdens het onderzoek werden de leerlingen begeleid door Lisa, een vijfdeklasser van het Stedelijk Gymnasium.

De eerste dag hebben de leerlingen de ‘afdeling Nederland’ van het RMO bezocht. Tijdens dit bezoek hebben we vooral gekeken naar wat de bronstijd is, welke vondsten in Nederland zijn gedaan uit deze periode en hoe het landschap er in die tijd uit heeft gezien. De conclusie aan het einde van de eerste ochtend was dat het museum geen enkele informatie geeft over het landschap uit deze periode. De opdracht voor deze leerlingen was dan ook snel geformuleerd: “Maak een reconstructie van het bronstijdlandschap rondom een vindplaats uit West-Friesland voor het RMO”. Vervolgens hebben de leerlingen de laboratoria van de opleiding Archeologie aan de Universiteit Leiden bezocht. Tijdens dit bezoek kregen de leerlingen uitleg hoe je materialen uit opgravingen kunt onderzoeken.

In de tweede bijeenkomst hebben de leerlingen op basis van vondsten van plant- en dierresten een indruk verkregen van het natuurlijke landschap van West-Friesland. Yvonne van Amerongen legde geduldig het begrip habitat nog maar eens uit aan de heren. Dat een haas niet in een bos leeft maar eerder in een bosrand, weiland of akker was bekend. De habitats van bijvoorbeeld dunlipharder, eland of havik moesten worden opgezocht. De grote hoeveelheid Latijnse plant- en diernamen vormde voor deze gymnasiasten geen enkel probleem. Op basis van de verzamelde data kwamen ze tot de conclusie dat het Westfriese landschap gedeeltelijk bebost moet zijn geweest met elzen- en eikenbossen. In de bossen moeten open plekken (akkers en weiden) zijn geweest. In de omgeving zijn waarschijnlijk veel meren met helder water en kleine riviertjes aanwezig geweest en bestond een open verbinding met zee.

In de derde bijeenkomst demonstreerde Wouter Roessingh de werking van een Geografisch Informatie Systeem, ofwel GIS. Binnen een uur hadden de leerlingen het programma MapInfo onder de knie en waren zij volop bezig met het analyseren van de huisplattegronden van de opgraving Enkhuizen-Kadijken. In het laatste uur hebben de leerlingen met Wilko van Zijverden gekeken naar de ondergrond van het landschap door middel van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), de bodemkaart en grondboringen. Het was al snel duidelijk dat de plekken waar vroeger het water heeft gestroomd wat hoger in het landschap liggen dan andere plekken. Met behulp van grondboringen uit de Database voor Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) bleek dat op die hoge plaatsen zand in de ondergrond aanwezig is. De lagere plekken in het gebied bevatten klei en veen.

De laatste dag hebben de leerlingen gewerkt aan hun presentatie. Voor deze presentatie hebben ze de gegevens van de vindplaats Broekerhaven tot hun beschikking gekregen. In eerste instantie waren er wilde plannen om een reconstructie te maken in Sketch-up of in de vorm van een maquette. Wegens tijdgebrek en een te geringe kennis van het programma Sketch-up bij een deel van de leerlingen is besloten om voor een traditionele powerpoint te gaan. Op vrijdag 19 juni wordt deze powerpoint gepresenteerd op school. Wij wensen de leerlingen hierbij veel succes!

totaal

De verschillende vegetaties die aanwezig moeten zijn geweest rondom de vindplaats Broekerhaven geplaatst op de bodemkaart van Ente.