Bronstijd West-Friesland

Lees hier hoe West-Friesland 3000 jaar geleden was

Page 2 of 5

Nieuw skelet gevonden tijdens N23 opgravingen

Tijdens de opgraving die in het kader van de aanleg van de N23-Westfrisiaweg worden uitgevoerd, is een tweede skelet gevonden! Archeologen vonden in een kuil het skelet van een jonge man op de vindplaats ‘N23-Markerwaardweg’. Bijzonder is dat de overledene op zijn buik in de kuil is gelegd, hoogst uitzonderlijk! Nader onderzoek zal meer duidelijkheid moeten verschaffen over de omstandigheden waarop deze persoon aan zijn eind kwam.

De provincie Noord-Holland publiceerde onlangs op haar website wat meer informatie over de vondst.

Korte film over de opgraving van Drechtje

Vorige week vonden archeologen tijdens de N23-opgravingen een fraai skelet uit de bronstijd. In opdracht van de provincie Noord-Holland is er nu een korte film gemaakt van de opgraving van ‘Drechtje’.

Bekijk het filmpje hier.

Gaaf inhumatiegraf opgegraven tijdens N23-onderzoek

Deze week werd tijdens één van de N23-opgravingen in Westwoud een randstructuur van een grafmonument gevonden. Een centrale begraving ontbrak, deze is waarschijnlijk in latere tijden verdwenen door landbewerking. Gelukkig was een bijzetting aan de rand van het monument nog bewaard gebleven. In een smalle grafkuil werd het uitzonderlijk gave skelet van een jonge vrouw gevonden! De vrouw – door de opgravers ‘Drechtje’ gedoopt – is op haar rug begraven, de handen gevouwen hoog op de borst.

Later meer over deze vondst!

Afgelopen zaterdag verscheen er een stuk in het Noord-Hollands Dagblad over Drechtje:

drechtje

Vierkante omgreppeling uit bronstijd ontdekt bij N23-opgravingen

De N23-opgravingen zijn nog steeds in volle gang en elke week worden er weer nieuwe interessante ontdekkingen gedaan. Zo ook afgelopen week, ten oosten van de Houterweg in Hoogkarspel. De archeologen doen hier al enkele weken onderzoek op een nederzettingsterrein uit de midden-bronstijd (ca. 1500-1100 voor Christus). De meeste bronstijdsporen bevinden zich op een hoge zandrug die min of meer noord-zuid is georiënteerd. Deze rug is nog steeds in de huidige akkers te zien en ook op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) springt de rug eruit.

ahn_houterweg

De smalle hoge zandrug ten oosten van de Houterweg is op het AHN goed te zien (bron: www.arcgis.com)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar het westen toe, vlak voor de Houterweg, neemt de spoordichtheid af. En juist daar troffen de archeologen een mysterieuze structuur aan. De structuur beslaat ongeveer 15 m in het vierkant en bestaat uit twee omgreppelingen. Er werd eerst aan een grafstructuur gedacht, daarvan zijn er vele bekend in West-Friesland.  Maar vrijwel alle grafstructuren zijn rond. Er zijn wel enkele vierkante structuren bekend, maar daar is nog weinig veldonderzoek naar gedaan. Enkele fraaie voorbeelden zijn middels luchtfoto’s waargenomen, zoals in Broekerhaven, ten zuidoosten van Enkhuizen.

Metz-vierkant_small

Enkhuizen-Broekerhaven. Greppelstructuren uit de bronstijd die na de ruilverkaveling zijn waargenomen (bron: W. Metz).

Hebben we hier nu te maken met een grafmonument? Het is nu nog even gissen. Na analyse van het vondstmateriaal en monsters uit de greppelvullingen zal waarschijnlijk meer duidelijk worden.

Er zijn weinig bronstijdsporen aangetroffen rondom de structuur, we kunnen er dus van uitgaan dat we hier buiten de bewoningskernen zitten. De aanwezigheid van de structuur in dit ‘buitengebied’ laat maar weer eens zien dat hier in de bronstijd veel interessante handelingen plaats hebben gevonden waar we als archeoloog nog maar weinig grip op hebben. Dit keer is het een toevalsvondst, maar het moet een aansporing zijn om ook de meer lege terreinen tussen de nederzettingen te onderzoeken.

Lees hieronder het krantenartikel over de greppelstructuur, dat deze week verscheen in het Noord-Hollands Dagblad.

Unnamed_CCI_EPS

Engelse fossielen in Westwoud

Het is alweer enige tijd geleden dat de opgraving aan de Noorderboekert bij Westwoud is afgerond. Tijdens dit onderzoek werd een gedeelte van een akker uit de Late Steentijd blootgelegd (circa 2100 voor Christus). Deze akker bevond zich op de ongeveer 100 meter brede oever van een kreek. Deze kreek doorsneed een zeer waterrijk gebied met plassen, venen en moerassen. Een type landschap dat vandaag de dag niet meer bestaat in Nederland. Dit type landschap bestaat nog wel voor de kust van Abu Dhabi in de Verenigde Arabische Emiraten (zie foto boven).

De kust van Abu Dhabi (foto: P. Scholle).

Het Verdonken land van Saefthinge (foto: W. Metz).

Rond 1800 voor Christus was het landschap volledig veranderd en goed vergelijkbaar met het huidige landschap in het Verdronken Land van Saefthinge (zie foto rechts). Als je de plaatjes vergelijkt zie je hoe in een korte periode van nog geen driehonderd jaar Westfriesland werd omgetoverd van zee (links) naar land (rechts).

Tijdens de opgraving is een grondmonster genomen waarin de overgang van het ene landschap naar het andere landschap goed bewaard is gebleven. Dit grondmonster wordt op dit moment door vijf specialisten minutieus onderzocht om erachter te komen hoe en waarom het landschap van West-Friesland zo snel veranderde.

Afgelopen week werden de eerste resultaten van dit onderzoek gemeld aan onze onderzoeksgroep. Simon Troelstra van de Vrije Universiteit (http://www.falw.vu.nl/en/research/earth-sciences/earth-and-climate-cluster/staff/troelstra.asp) heeft voor EARTH-Integrated Archaeology (http://earth-archeologie.nl/) onderzoek gedaan naar resten van ostracoden en foraminiferen. Ostracoden zijn mosselkreeftjes, minuscule kreeftjes die in brak en zout water vaak in grote aantallen aanwezig zijn. Foraminiferen zijn eencellige organismen die eveneens in grote aantallen voorkomen in brak en zout water. Beide soorten hebben kalkschaaltjes, zijn zeer gevoelig voor verandering in hun leefomgeving en kunnen ons dus iets vertellen over de grote omslag in het milieu van West-Friesland. De schelpen van de kreeftjes en de kalkskeletjes van de eencelligen blijven namelijk heel goed bewaard in de kalkrijke ondergrond van West-Friesland.

In het grondmonster dat Simon heeft bestudeerd is iets opvallends te zien. Een aantal foraminiferen komt namelijk helemaal niet uit Nederland maar uit Engeland. Het zijn ook geen gewone schelpen en skeletjes maar fossielen. De fossiele soorten die Simon heeft aangetroffen dateren allemaal uit het Krijt, de periode waarin dinosauriërs onze aarde bevolkten, zo’n 145-66 miljoen jaar geleden. Hoe komen deze fossielen nu eigenlijk in Nederland terecht?

zeestromen

Zeestromingen en de verspreiding van gesteente uit het Krijt.

Aan de Zuidkust van Engeland liggen gesteenten uit het Krijt, denk aan de White Cliffs of Dover. Na erosie werd dit materiaal door de onderstroom naar West-Friesland gevoerd waar het kon bezinken in de plassen langs de kreken. Het gebied waar deze soorten in Engeland voorkomen is niet heel erg groot. Je kunt je voorstellen dat mensen die in de Bronstijd op deze plaats leefden soms met een boot de zee opgingen. Als ze zich op de zeestroom lieten voortdrijven konden ze uiteindelijk in West-Friesland aan wal gaan. Of dat echt zo is gegaan blijft natuurlijk gissen.

Mocht je in West-Friesland op zoek willen gaan naar deze fossielen neem dan wel een microscoop mee. Het streepje in de linkerbovenhoek van de foto is 100 micrometer dat gelijk staat aan 0,1 millimeter.

Groene pijl stekel van een zee-egel, gele pijl fossiele foraminifeer (foto: S. Troelstra).

 

 

 

Mysterieuze ronde aardewerk schijven

Deze maand zijn in het Huis van Hilde in Castricum enkele mysterieuze vondsten van de N23 opgravingen tentoongesteld. De vondsten maken onderdeel uit van de tentoonstelling ‘vondst van de maand’.

Het gaat om ronde schijven van aardewerk, met een centrale doorboring. De schijven zijn vaker in West-Friesland gevonden en worden uitsluitend in greppels uit de late bronstijd (1100-800 voor Christus) gevonden. Maar waarvoor hebben ze gediend? De archeologen weten het niet… Het Huis van Hilde nodigt bezoekers uit mee te denken over de functie van de schijven en looft een prijsvraag uit.

In de late bronstijd treden er enkele belangrijke veranderingen op in West-Friesland. Door een stijging van het grondwater ‘verdrinkt’ het gebied geleidelijk. Tegen het einde van de late bronstijd is vrijwel het gehele gebied verlaten. We zien in deze periode ook een duidelijke verandering optreden in het nederzettingspatroon. De nederzettingsterreinen uit de voorgaande periode (midden-bronstijd, ca. 1500-1100 voor Christus) kenmerken zich door vele boerderijen, greppels, kleine ronde opslagstructuren en kuilen. Enorme delen van oostelijk West-Friesland lijken in deze periode bewoond te zijn. De bewoningssporen uit de late bronstijd bestaan vooralsnog alleen uit greppels, die op een relatief beperkt terrein zijn gegraven. Het ziet er naar uit dat alleen de hoogste delen van het Westfriese land nog bewoonbaar en exploiteerbaar waren. Boerderijen of andere structuren zijn nog niet gevonden. De late bronstijdgreppels zijn voor archeologen ware schatkamers. Ze zitten vaak vol met vondsten, met name aardewerk en botmateriaal. Ook vinden we tussen dit materiaal enkele mysterieuze objecten van aardewerk, waaronder de ronde schijven.

Kom de vondsten zelf bekijken in het Huis van Hilde!

Houten peddel gevonden tijdens N23-opgravingen

De opgravingen die in het kader van de N23 Westfrisiaweg worden uitgevoerd geven steeds meer geheimen prijs. Onlangs nog werd een groot deel van een houten peddel gevonden, onderin een diepe kuil. Deze diepe bronstijd kuilen zijn ware schatkamers, door het grondwater blijven organische resten onderin de kuilen uitstekend bewaard. De verschillende houten vondsten die de archeologen uit deze kuilen hebben verzameld geven ons veel informatie over het dagelijks leven van de bronstijdboeren van West-Friesland. Naast boeren waren het ook vissers; er zijn in de loop der jaren duizenden vissenbotjes teruggevonden. De peddel is het eerste tastbare bewijs dat men in de bronstijd de geulen en plassen in West-Friesland per bootje of kano bedwong. We wisten wel dat men veel vaarde, maar voor west-Friesland is het vooralsnog lastig om te bepalen waar de watervoerende geulen in de bronstijd liggen. In Denemarken en Engeland zijn vele boten uit de bronstijd opgegraven. Die archeologische opgravingen concentreerden zich in natte venige gebieden of oude geulen. Momenteel graven we in West-Friesland vooral ‘het droge’ op. Plekken waar men woonde en akkerde. Wie weet wat we tegen gaan komen als we in de lage natte delen gaan graven!

Interessant is de vraag hoe de peddel in de kuil terecht is gekomen. Was er in de nabijheid van de nederzetting een watervoerende geul en gaan we die nog tegen komen? Is de steel van de peddel gebroken en is deze daarom in een waterput gegooid, als afval? Of is er meer aan de hand? Op de peddel werd ook een schedel van een rund gevonden, toeval of een bijzondere depositie? Genoeg vragen om de archeologen de komende tijd mee bezig te houden. Ondertussen gaan de opgravingen door en zullen er vast nog veel spectaculaire ontdekkingen gedaan worden die ons meer leren over het leven in de Westfriese bronstijd. Het is overigens nog de vraag of het om een peddel gaat of om een roeiriem. Het forse blad lijkt erg groot en zwaar om te peddelen. Als het een roeiriem is, zou dat spectaculair nieuws zijn want roeiriemen behoren tot grote vaartuigen. In Engeland zijn er hiervan enkele opgegraven, een van de fraaiste voorbeelden is de zogenaamde Dover-boat. Een nader onderzoek naar de functie van de peddel of roeiriem zal nog plaats vinden, waarbij verschillende specialisten uit binnen- en buitenland zullen worden geraadpleegd.

Lees hier nog een artikel over de peddel.

Vissers in bronstijd West-Friesland (in 3D)

West-Friesland staat al eeuwen lang bekend om zijn visserij. Door de uitstekende ligging van steden als Medemblik en Enkhuizen aan de Zuiderzee vormde het gebied al vanaf 700 n.Chr. een belangrijke schakel in de handelsroute tussen de Rijn en de Noord- en Oostzee. Er werd veel vis gevangen en verhandeld, wat door de eeuwen heen een belangrijke bron van inkomsten is geweest voor de Westfriezen.

Nu lijkt dit misschien al erg lang geleden, maar zelfs in de bronstijd werd er al volop vis gevangen en gegeten in West-Friesland. Vissoorten als paling, snoek, brasem en baars stonden 3000 jaar geleden vaak op het menu. Hoewel de meeste mensen nu vaak zeevis op hun bord hebben, waren het toen vooral zoetwatervissen die werden gegeten. Dit komt omdat het landschap rond West-Friesland er in de bronstijd heel anders uitzag dan nu. Nu ligt West-Friesland aan het IJsselmeer en daarvoor was er de Zuiderzee. Maar deze bestonden nog niet in de bronstijd. Er lagen grote zoetwatermeren op deze plek. Een groot deel van het gebied had geen verbinding met de Noordzee. Eigenlijk had de zee maar directe invloed tot Hoogwoud en tot daar vinden we dan ook zeevis terug tussen het bronstijd afval.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

Reconstructie van het landschap in West-Friesland rond de Midden-Bronstijd (1500-1100 v.Chr.).

Reconstructie van het landschap in West-Friesland rond de Midden-Bronstijd (1500-1100 v.Chr.).

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

Ten oosten van Hoogwoud is geen zeevis teruggevonden. Zoutwatervissen kwamen daar niet voor en blijkbaar werden ze ook niet ingevoerd vanuit het westen.  Mensen visten gewoon rond hun woonplaats en aten de gevangen vis daar op. En dat is handig, want zo leren we gelijk iets over het landschap rondom de woonplaatsen. Zo werden er meervallen gegeten. Deze vissen leven in groot open water en zo weten we dat er in oostelijk West-Friesland grote meren waren. Andere vissoorten komen weer uit kleine meren en stroompjes. Door zoiets simpels als een lekker visje weet je dus niet alleen wat mensen gegeten hebben, je krijgt ook gelijk een beeld van het landschap.

Omdat er zoveel verschillende soorten vissen zijn gevonden op de nederzettingen, is het duidelijk dat de Westfriezen in de Bronstijd al goed raad wisten met al het water in de omgeving. Men moest kennis hebben gehad van wanneer en waar verschillende vissoorten te vinden waren en hoe die gevangen konden worden. Soms wordt dit om een prachtige manier duidelijk. Zo is er bij Enkhuizen in 2009 een visfuik gevonden, gemaakt van aan elkaar geknoopte wilgentenen.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

De visfuik uit Enkhuizen, Kadijken zoals hij tijdens de opgraving van ADC ArcheoProjecten werd gevonden. (Laden kan even duren)

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

De visfuik uit Enkhuizen zoals  hij er ongeveer uit heeft gezien in de Bronstijd (Bron: IJsveld, E. 2014. Reconstructing a prehistoric fishtrap. EXARC Journal 2014 (1), Eindhoven)

De visfuik uit Enkhuizen zoals hij er ongeveer uit heeft gezien in de Bronstijd (Bron: IJsveld, E. 2014. Reconstructing a prehistoric fishtrap. EXARC Journal 2014 (1), Eindhoven)

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

Verder zullen mensen ook gebruik hebben gemaakt van netten, visweren en dergelijke, maar deze zijn (nog) niet teruggevonden in West-Friesland. Ook is het duidelijk dat mensen handig gebruik maakten van periodes in het jaar waarin bepaalde vissen zich van en naar zee verplaatsten: de trek. Vissen als zalm en paling zijn dan in grote hoeveelheden tegelijk aanwezig en daarom makkelijker te vangen dan in andere perioden.

Maar niet op alle plekken werd op dezelfde manier vis gevangen. Iedere plaats had zijn eigen maniertjes. Zo werd er in Medemblik en Enkhuizen paling gegeten, maar de diktes van de vissen laat zien dat er anders gevist werd: op de ene plek met fuiken en op de andere met weren. En in Hoogwoud werd waarschijnlijk aan bottrappen gedaan, zo blijkt uit de snijkrassen op de ruggenwervel van een platvis. Bij deze vangsttechniek waadt men bij eb door het ondiepe water en wanneer men op een platvis trapt, wordt deze met de voeten op de plaats gehouden en met een speer doorboord.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

Op vergelijkbare wijze is waarschijnlijk in de Bronstijd platvis gevangen (Bron: Egoproject en Kees Vanger)

Op vergelijkbare wijze is waarschijnlijk in de Bronstijd platvis gevangen (Bron: Egoproject en Kees Vanger)

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie bronstijd archeologie noord-holland prehistorie

Hak- en snijkrassen op vissenbotten uit de bronstijd geven aanwijzingen dat mensen vis gefileerd hebben en verbrandingssporen op botten laten zien dat de vis werd bereid voor het eten. We weten niet precies hoe de vis werd bereid, maar het zou zo maar kunnen dat West-Friezen in de Bronstijd al van een lekkere gerookte paling konden genieten!

De provincie Noord-Holland heeft een kort stukje op hun website geplaatst over de open dag bij de N23 opgraving. Lees het hier.

Beesten en bronstijd rituelen

In Trouw verscheen vorige week een artikel over een heiligdom in de Jordaanvallei uit de 7de eeuw voor Christus. Archeologen van het Rijksmuseum van Oudheden (Leiden) en de Yarmouk Universiteit (Jordanië) vonden in en rond het gebouw aardewerken beeldjes van paarden. Met een grote foto stonden deze prachtige beeldjes in de krant. Maar Jordanië is niet de enige plek waar dierenbeeldjes zijn gevonden.

bronstijd prehistorie west-friesland archeologie bronstijd prehistorie noord-holland archeologie

Paardje van aardewerk uit 7de eeuw v.Chr., gevonden in Tell Damiyah (Jordanië).

Paardje van aardewerk uit 7de eeuw v.Chr., gevonden in Tell Damiyah (Jordanië). (Bron: Rijksmuseum van Oudheden)

bronstijd prehistorie west-friesland archeologie bronstijd prehistorie noord-holland archeologie

Ook in West-Friesland zijn namelijk dierenbeeldjes van aardewerk gemaakt. Recentelijk is er nog eentje gevonden aan de Haling in Enkhuizen. En in de buurt van Hoogkarspel zijn niet minder dan twintig beeldjes gevonden van varkens en koeien. Deze beeldjes zijn in één kuil gevonden, samen met wat vuursteen, bot en potscherven. De potscherven zijn van een materiaal en vorm die typisch is voor de periode tussen 1500 en 800 v.Chr. De West-Friese beeldjes zijn dus nog ouder dan de paardjes uit Jordanië.

bronstijd prehistorie west-friesland archeologie bronstijd prehistorie noord-holland archeologie

Vier van de twintig beeldjes van een varken (voor) en koeien (achter) die in de buurt van Hoogkarspel zijn gevonden. De beeldjes zijn ongeveer 4 bij 6 cm groot. (Bron: Rijksmuseum van Oudheden)

Vier van de twintig beeldjes van een varken (voor) en koeien (achter) die in de buurt van Hoogkarspel zijn gevonden. De beeldjes zijn ongeveer 4 bij 6 cm groot. (Bron: Rijksmuseum van Oudheden)

bronstijd prehistorie west-friesland archeologie bronstijd prehistorie noord-holland archeologie

Deze West-Friese beeldjes zijn heel bijzonder. Er zijn namelijk geen andere voorbeelden uit Nederland bekend. Het is dan ook niet voor niets dat deze beeldjes in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden staan. Maar waar de beeldjes nou precies voor gebruikt zijn is een raadsel. Enkele van de beeldjes uit Hoogkarspel waren gebroken en na het breken zijn ze verbrand. Maar door wie en waarom? Sommige archeologen denken dat het simpelweg kinderspeelgoed was dat in het vuur terecht is gekomen, terwijl het volgens anderen rituele voorwerpen waren.

Wat wel duidelijk is, is dat dieren, en met name runderen, paarden en vogels, een belangrijke rol speelden in de religie(s) van de bronstijd. Dierensymbolen komen namelijk op bijzondere plekken en in opvallende vormen voor. Zo komen paarden en runderen (soms met ploeg) vaak voor op rotsgravures (die vooral in Scandinavië zijn te vinden).  In het Deense Viksø zijn indrukwekkende bronzen helmen met hoorns gevonden. Bij Trundholm is een prachtige met goud ingelegde zonnewagen gevonden die wordt getrokken door een paard. In het veen bij het Drentse Barger-Oosterveld stond 3500 jaar geleden een tempel die was versierd met hoorns. En in West-Friesland zelf werden opvallende dingen gedaan met runderbotten. Bundels van ribben worden namelijk regelmatig in de sloten rondom grafheuvels gevonden en er is zelfs een grafheuvel met daaronder niets dan een potje met een runderrib erin.

bronstijd prehistorie west-friesland archeologie bronstijd prehistorie noord-holland archeologie

http://www.bronstijdwestfriesland.nl/wp-content/uploads/2014/12/razor.jpg

Bronzen scheermes

Een tekening van een bronzen scheermes uit de bronstijd. Op de scheermessen stonden vaak gravures. Hier is het zonnepaard (midden) te zien bij een boot met vogelkop (links). Het scheermes zelf heeft ook de vorm van een boot. (Bron: Tanum Rock Art Research Centre)
http://www.bronstijdwestfriesland.nl/wp-content/uploads/2014/12/vikso_helm.jpg

Viksø helm

In het Deense Viksø zijn twee van dit soort helmen in het veen gevonden. Ze dateren uit het begin van het eerste millennium v.Chr. (Bron: Nationaal Museum Denemarken)
http://www.bronstijdwestfriesland.nl/wp-content/uploads/2014/12/bargeroosterveld.jpg

Tempel Barger-Oosterveld

In het veen van het Drentse Barger-Oosterveld zijn de resten van een bronstijd tempel gevonden. De tempel dateert rond 1500 v.Chr. (Bron: Musea in Drenthe)
http://www.bronstijdwestfriesland.nl/wp-content/uploads/2014/12/trundholm_chariot.jpg

Trundholm zonnewagen

In Trundholm is deze met goud ingelegde zonnewagen gevonden. De wagen dateert rond 1400 v.Chr. (Bron: Nationaal Museum Denemarken)
http://www.bronstijdwestfriesland.nl/wp-content/uploads/2014/12/Aspeberget_Tanum.jpg

Rotsgravure

Een Rotsgravure uit Aspeberget Tanum in Zweden. Op de gravure staan onder andere runderen met ploeg en paarden. (Bron: SHFA)

bronstijd prehistorie west-friesland archeologie bronstijd prehistorie noord-holland archeologie

Achter al deze vondsten zit waarschijnlijk een fascinerend verhaal. Zo is met behulp van een grote hoeveelheid rituele voorwerpen en tekeningen op rotsen en bronzen scheermessen het verhaal achter de zonnewagen uit Trundholm in grote lijnen te vertellen. We hebben hier te maken met de wagen die overdag de zon (de goud ingelegde schijf) door de hemel trekt. ’s Nachts duikt de zon onder water (de donkere, bronzen achterzijde van de schijf), waar hij per boot wordt vervoerd om vervolgens in het oosten weer op te komen.

Maar helaas is de zonnewagen een uitzondering. De meeste vondsten zullen waarschijnlijk altijd een raadsel blijven. Jammer genoeg ook de West-Friese dierenbeeldjes.

« Older posts Newer posts »
www.scriptsell.net