Bronstijd West-Friesland

Lees hier hoe West-Friesland 3000 jaar geleden was

Tag: landbouw

Kijkje bij een bronstijd opgraving… in 3D!

Onze collega’s van ADC ArcheoProjecten en Archol zijn hard aan het werk in het tracé van de Westfrisiaweg. Uiteraard zijn we ontzettend nieuwsgierig naar wat ze allemaal voor moois uit de bronstijd vinden, dus zijn we afgelopen woensdag met ons team een kijkje gaan nemen. Momenteel wordt er op vier plekken in de buurt van Hoogkarspel opgegraven: Markerwaardweg, Hoogkarspel tunnel, Slimweg en Voetakkers. En op elke locatie is wel iets leuks gevonden! Een mooie kans om onze nieuwe 3d-software uit te proberen.

bronstijd prehistorie archeologie noord-holland bronstijd prehistorie archeologie noord-holland

De projectkeet op de opgraving hangt vol met kaarten. Wouter legt ons uit waar er allemaal gegraven wordt en wat er tot nu toe is gevonden.

De projectkeet op de opgraving hangt vol met kaarten. Wouter (die het project mede coördineert) legt ons uit waar er allemaal gegraven wordt en wat er tot nu toe is gevonden.

Kaart uit de keet met daarop de locaties van de opgravingen (de opgraving aan Voetakkers valt buiten de kaart).

Kaart uit de keet met daarop de locaties van de opgravingen (de opgraving aan Voetakkers valt buiten de kaart).

bronstijd prehistorie archeologie noord-holland bronstijd prehistorie archeologie noord-holland

Onze rondleiding begon bij Hoogkarspel Tunnel. De opgravingen op deze plek zijn bijzonder, omdat ze precies aansluiten op een aantal opgravingen die in de jaren ’60 en ’70 bij Hoogkarspel zijn gedaan. Toen werd er een compleet boerenlandschap van zo’n 3000 jaar oud gevonden. Honderden sloten, akkers en boerderijen kwamen aan het licht. Nu is de vraag hoe ver dit alles doorloopt buiten de opgravingen en in welke staat de archeologische resten zijn. De afgelopen weken is duidelijk geworden dat er tijdens de ruilverkaveling flink is huisgehouden op deze plek. Enkele restanten van de sloten zijn nog teruggevonden, maar lang niet zo veel als dat er in de jaren ’70 zijn gevonden. Dit is natuurlijk teleurstellend, maar het leert ons veel over de gevolgen van de ruilverkaveling en helpt ons om in de toekomst onnodig onderzoek op verstoorde plekken (en alle kosten die dat met zich meebrengt) te voorkomen.

bronstijd prehistorie archeologie noord-holland bronstijd prehistorie archeologie noord-holland

Één van de opgravingsputten bij Hoogkarspel tunnel. Op de voorgrond zijn twee donkere cirkels te zien. Dit waren mogelijk opslagplaatsen uit de bronstijd.

Opgraving bij Hoogkarspel tunnel. Op de voorgrond zijn twee donkere cirkels te zien. Dit waren mogelijk opslagplaatsen uit de bronstijd.

bronstijd prehistorie archeologie noord-holland bronstijd prehistorie archeologie noord-holland

Aan de Markerwaardweg zijn de archeologische resten beter bewaard. Hier zijn niet alleen de sporen bewaard gebleven, maar op sommige plekken zelfs nog het oppervlak waarop in de bronstijd geleefd werd. Dit oppervlak is duidelijk te herkennen in de bodem als een donkere, soms zelfs bijna zwarte laag. Ook zijn er enkele mooie vondsten gedaan op deze plek, zoals een complete koeienschedel en een houten constructie waarvan nog niet helemaal duidelijk is waarvoor het heeft gediend (hierover later meer). En natuurlijk zijn er ook weer akkersloten gevonden, want wat is een bronstijd opgraving in West-Friesland zonder akkersloten. Maar hier is wel iets aparts aan de hand. Normaal krioelen de sloten over elkaar heen in een grote wirwar, maar op deze plek vormen ze hele keurige, rechthoekige perceeltjes. Waarom dat hier zo is weten we nog niet, maar het laat wel zien dat niet in heel West-Friesland hetzelfde werd gedaan. De West-Friezen waren waarschijnlijk slim genoeg om op de lokale omstandigheden in te spelen.

bronstijd prehistorie archeologie noord-holland bronstijd prehistorie archeologie noord-holland

Een 3d-model van de doorsnede van de bodem aan de Markerwaardweg. De zwarte laag is het oppervlak waarop in de bronstijd geleefd werd.

 bronstijd prehistorie archeologie noord-holland bronstijd prehistorie archeologie noord-holland

Nog een kaartje uit de keet.  Dit is een plattegrond met daarop alle sporen die aan de Markerwaardweg zijn gevonden. De blauwe banen zijn de akkersloten uit de bronstijd. Vooral in het bovenste gedeelte is te zien hoe mooi recht de akkers op deze plek zijn geweest.

Nog een kaartje uit de keet. Dit is een plattegrond met daarop alle sporen die aan de Markerwaardweg zijn gevonden. De blauwe banen zijn de akkersloten uit de bronstijd. Vooral in het bovenste gedeelte is te zien hoe mooi recht de akkers op deze plek zijn geweest.

bronstijd prehistorie archeologie noord-holland bronstijd prehistorie archeologie noord-holland

Toen we bij de Slimweg gingen kijken zagen we weer de oude vertrouwde wirwar aan bronstijd sloten. We kwamen op een gelukkig moment aan. Er was namelijk net een mooie vondst gedaan: een (bijna) complete aardewerken pot. En waarschijnlijk een hele bijzondere pot. Het lijkt er namelijk op dat deze pot te dateren is op de overgang van de midden naar de late bronstijd, zo rond 1000 v.Chr. In deze periode lijkt er in heel Europa plots van alles te veranderen: mensen gaan hun huizen anders bouwen, hun doden anders begraven, het aardewerk verandert en ook de metalen objecten. In West-Friesland zien we dit ook gebeuren. Daar gaan mensen op terpen wonen met daaromheen brede, diepe sloten die vol zitten met aardewerk dat veel fijner, mooier versierd en diverser is dan de potten uit voorgaande perioden. Maar dit soort veranderingen lijken plotseling te zijn gebeurd – en in heel Europa. De grote vraag is natuurlijk hoe en waarom. Vondsten die een overgang laten zien spelen een sleutelrol bij het oplossen van deze vragen, maar zijn erg zeldzaam. Deze pot van de Slimweg (en alles wat er mee samen is gevonden) zou ons weleens meer kunnen leren over deze periode!

bronstijd prehistorie archeologie noord-holland bronstijd prehistorie archeologie noord-holland

Plattegrond met opgegraven sporen van de Slimweg. De blauwe banen zijn de bronstijd sloten en in oranje zijn de plaatsen aangegeven waar boerderijen uit de bronstijd hebben gestaan. De groene cirkels zijn de opslagplaatsen die ook op de foto van Hoogkarspel tunnel zijn te zien.

Plattegrond met opgegraven sporen van de Slimweg. De blauwe banen zijn de bronstijd sloten en in oranje zijn de plaatsen aangegeven waar boerderijen uit de bronstijd hebben gestaan. De groene cirkels zijn de opslagplaatsen die ook op de foto van Hoogkarspel tunnel zijn te zien.

Één van de scherven van de kapotte, maar waarschijnlijk complete pot die is gevonden aan de Slimweg. Onderaan is de versiering te zien: een band van dunne krasjes.

Één van de scherven van de kapotte, maar waarschijnlijk complete pot die is gevonden aan de Slimweg. Onderaan is de versiering te zien: een band van dunne krasjes.

bronstijd prehistorie archeologie noord-holland bronstijd prehistorie archeologie noord-holland

Ten slotte kwamen we aan de bij de opgraving aan de Voetakkers bij Lutjebroek. Ook hier zagen we uiteraard weer de bekende sloten, maar ook de sporen van een bronstijd boerderij. Meestal is er van deze boerderijen vrijwel niets bewaard gebleven. Enkel de greppel die om het huis lag en de kuilen waarin ooit de palen stonden die het dak droegen. Deze kuilen zijn bijna altijd leeg, maar nu was er net iets leuks gevonden in zo’n kuil. Bovenin één van de kuilen was de poot van een hond gevonden. Vondsten uit de paalkuilen en huisgreppels laten zien hoe er in en rondom de boerderij geleefd werd en wat er gebeurde toen de boerderij werd verlaten. Hier is dus ooit een trouwe viervoeter (of alleen zijn poot) in een kuil van een paal terecht gekomen. Hoe en waarom is een raadsel…

bronstijd prehistorie archeologie noord-holland bronstijd prehistorie archeologie noord-holland

Een 3d-model van de paalkuil met bovenin het hondenpootje. (Let op: laden kan een tijdje duren)

Stukjes Roemenië in West-Friesland

Als je plaatsnamen als Nibbixwoud en Westwoud hoort, dan verwacht je misschien een bos in de omgeving aan te treffen. Er staat ten slotte woud in de naam. Toch is het landschap rondom deze plaatsen behoorlijk kaal. In een ver verleden was dit wel anders. Zo’n 3000 jaar geleden was West-Friesland meer als… Roemenië.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Maar hoe weten we dit nou? Hoe krijg je nou een beeld van een landschap dat al zo lang niet meer bestaat? Het soort planten dat ergens groeit hangt sterk af van de grond waarop ze groeien. Je hoeft daarom maar een paar dingen te weten over de grond en je kunt zo voorspellen wat voor planten er gaan groeien – of er gegroeid hebben. Je hoeft enkel te weten wat de kwaliteit is van de bodem, wat de  grondwaterkwaliteit en- stand is, en hoe hoog het land ligt. Maar dit te weten komen is een tijdrovende klus.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Studenten plaatsen een boring aan de Rikkert bij Oosterdijk.

Studenten plaatsen een boring aan de Rikkert bij Oosterdijk.

Boorpuntenkaart van een deel van de boringen die zijn gebruikt voor de reconstructie van het landschap bij Westwoud.

Boorpuntenkaart van een deel van de boringen die zijn gebruikt voor de reconstructie van het landschap bij Westwoud.

 archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Het begint met een simpele tuinboor. Door een gat te boren en te kijken wat voor grond je opboort, krijg je een beeld van hoe de bodem is opgebouwd. Maar één boring is niet genoeg. Alleen al voor onze reconstructie van het landschap rondom Westwoud zijn maar liefst 2500 boringen nodig geweest, die stuk voor stuk moesten worden bestudeerd en ingevoerd in de computer. Hierbij is met name gelet op het kalkgehalte, de afslibbaarheid en het humusgehalte van het oppervlak waarop in de Bronstijd geleefd werd. Dit oppervlak is in de boringen heel herkenbaar als een donkere, bijna zwarte laag.

De hoogte van het land is terug te vinden in het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN). Dit zijn hoogtematen die met een vliegtuig van elke vierkante meter in Nederland zijn genomen. Van duizenden hoogtematen hebben we een hoogtekaart van West-Friesland kunnen maken.

Ten slotte konden we aan de hand van slakjes en schelpen uit Bronstijd sloten zien wat de waterdiepte en -kwaliteit in de sloten en greppels is geweest. Een heel karwei om dit voor elke opgraving te doen. Gelukkig hebben we hierbij veel hulp gehad van onze student, Nandi Mink.

Met al deze ondergrondgegevens kunnen we voorspellen welke plantengemeenschappen (bijvoorbeeld een eiken-beukenbos of een wilgenbroekstruweel) er in het verleden op een bepaalde plaats konden groeien. Vaak zijn er meerdere mogelijkheden. Met de gevonden plantenresten kunnen we vaststellen welke plantengroepen er daadwerkelijk waren. Op deze manier hebben we het bronstijd landschap aan kunnen kleden met planten.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Verdronken land van Saeftinghe

Het landschap ten westen van Hoogwoud zag er 3000 jaar geleden uit zoals het huidige Verdronken land van Saeftinghe in Zeeland.

Voorbeeld van een reliëf reconstructie van enkele percelen in West-Friesland met behulp van het AHN bestand. Het maximale hoogteverschil in deze percelen is circa 50 cm (rood is hoog, groen is laag). In het kronkelige patroon is duidelijk het kwelder landschap terug te zien.

Voorbeeld van een hoogtekaart van enkele percelen in West-Friesland met behulp van het AHN bestand. Het maximale hoogteverschil in deze percelen is circa 50 cm (rood is hoog, groen is laag). In het kronkelige patroon is duidelijk het kwelder landschap terug te zien.

 archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Maar om echt een goed beeld te krijgen van de natuur in de bronstijd is het handig om een kijkje te nemen naar vergelijkbare landschappen van vandaag de dag. Nederland heeft enkele mooie plekken waar landschappen zoals deze in de bronstijd hebben bestaan, nog goed te zien zijn. Rondom Hoogwoud zag het er bijvoorbeeld uit zoals het wad en kwelder van het Verdronken Land van Saefthinge in Zeeland. Maar ten oosten van Hoogwoud zag het land er heel anders uit. Ooit was ook dit een kwelder, maar in de bronstijd was het een zoetwatergebied geworden. Dit soort landschap is helaas nergens meer te zien in Nederland. Hoewel Nederland een waterrijk land is, missen we juist goede voorbeelden van natuurlijke waterrijke milieus. Daarom hebben we een tocht naar Roemenië gemaakt. In de delta van de rivier de Donau zijn namelijk nog wel plekken die lijken op hoe oostelijk West-Friesland er 3000 jaar geleden uitzag.

 archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

In de lage, natte delen groeiden Elzenbroekbossen.

In de lage, natte delen groeiden elzenbroekbossen.

Roemeens rundvee in een wilgenvloedbos. In de late bronstijd kwamen de lage delen permanent onder water te staan. Het elzenbroekbos schoof op en aan de randen van het water groeide een wilgenvloedbos.

Roemeens rundvee in een wilgenvloedbos. In de late bronstijd kwamen de lage delen van het land permanent onder water te staan. Het elzenbroekbos schoof op en aan de randen van het water groeide een wilgenvloedbos.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Oostelijk West-Friesland was toen niet vlak. Het landschap werd doorkruist met hogere ruggen. Deze ruggen waren hooguit een meter hoog, maar dit kleine hoogteverschil was genoeg om verschillende soorten bossen en planten te laten groeien. In de lage, natte delen, tussen de ruggen, lagen elzenbroekbossen. Toen op het einde van de bronstijd het landschap steeds natter werd, stonden deze plekken voortdurend onder water en kon er geen bos meer groeien. Aan de rand van het water ontstond een wilgenvloedbos en het elzenbroekbos kwam iets hoger te liggen.

 archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Op de flanken van de ruggen stond een ooibos met onder andere de es.

Op de flanken van de ruggen stond een ooibos met onder andere de es.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Nog wat hoger op de ruggen groeiden ooibossen, dit zijn moerasbossen die regelmatig onder water stonden. Hier groeiden onder andere es, eik en iep. Op de hoogste delen was de grond uitermate geschikt voor een eikenbos. Toch weten we uit de gevonden plantenresten dat dit er nooit gestaan heeft. We vinden namelijk alleen grassen en akkeronkruiden. Bovenop de ruggen werd er door mensen volop geakkerd en geweid. De West-Friezen werkten in de bronstijd blijkbaar zo hard dat de natuur op de ruggen geen kans kreeg. Oostelijk West-Friesland was 3000 jaar dus een zee van laaggelegen bossen met daardoorheen hoger gelegen banen van akkers en weiden.

archeologie bronstijd west-friesland prehistorie archeologie bronstijd west-friesland prehistorie 

Bovenop de ruggen had een eikenbos als dit moeten staan. Maar door het harde werken van de West-Friezen was het een open strook met weiden en akkers.

Bovenop de ruggen had een eikenbos als dit moeten staan. Maar door het harde werken van de West-Friezen was het een open strook met weiden en akkers.

 

"Hard" aan het werk tijdens onze expeditie naar Roemenië.

“Hard” aan het werk tijdens onze expeditie in Roemenië.

Doden op West-Friese Akkers

5000 jaar geleden gebeurde er iets bijzonders in Europa. Plots besloten mensen overal, van Engeland tot in Rusland, de doden te begraven onder heuvels. Grafheuvels. Een manier van begraven die duizenden jaren in gebruik bleef, tot in de vroege middeleeuwen. En tegen de tijd dat mensen niet langer op deze manier werden begraven lag het landschap van Europa bezaaid met miljoenen grafheuvels.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie

Alle bekende Deense grafheuvels. In Denemarken zijn grafheuvels veel beter bewaard gebleven en gedocumenteerd dan in Nederland. In totaal zijn er bij 90.000 grafheuvels bekend. Ooit is heel Europa zo dicht bedekt geweest met grafheuvels.

Alle bekende Deense grafheuvels. In Denemarken zijn grafheuvels veel beter bewaard gebleven en gedocumenteerd dan in Nederland. In totaal zijn er bijna 90.000 grafheuvels bekend. Ooit is heel Europa zo dicht bezaaid geweest met grafheuvels.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

In West-Friesland was het niet anders. In totaal zijn er 176 grafheuvels uit de streek bekend, maar ongetwijfeld zijn er veel en veel meer geweest. De meesten van deze heuvels zijn tijdens de ruilverkaveling vernietigd, maar de graven en resten van de heuvels liggen nog overal onder onze voeten. De jongens van de Grootebroekse voetbalvereniging De Zouaven spelen hun wedstrijden bij de resten van grafheuvels en veel woonwijken, zoals de nieuwe wijk Kadijken bij Enkhuizen, liggen bovenop deze prehistorische rustplaatsen. Je zou dus kunnen zeggen dat grafheuvels één van de meest kenmerkende vormen van archeologie voor de streek zijn, want ze liggen werkelijk overal.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

Een luchtfoto van een akker naast VV De Zouaven. De donkere, cirkelvormige verkleuringen zijn de resten van prehistorische grafheuvels.

Een luchtfoto van een akker naast VV De Zouaven. De donkere, cirkelvormige verkleuringen zijn de resten van prehistorische grafheuvels.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

Het zijn ook nog eens de plaatsen waar de vroegste bewoners van de streek voor altijd onderdeel werden van de West-Friese bodem. De bodem die zij als eerste bewerkten. Door de heuvels bleef deze band met het West-Friese land zichtbaar voor alle generaties na hen. Voor de ruilverkaveling waren de grafheuvels dan ook een bekend gezicht in de vaarpolder. Op veel akkers lagen wel één of meerdere van deze bulten.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

Een voorbeeld van hoe grafheuvels in het land lagen voor de ruilverkaveling. Dit is een heuvel bij Zwaagdijk (te zien op de achtergrond).

Een voorbeeld van hoe grafheuvels in het land lagen voor de ruilverkaveling. Dit is een heuvel bij Zwaagdijk (te zien op de achtergrond).

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

In de bronstijd, toen de meeste van deze heuvels werden gebouwd, was dat niet anders. Ook toen lagen de grafheuvels op en tussen de akkers en boerderijen. En dat maakt de West-Friese grafheuvels nou zo interessant, want op de meeste andere plekken lagen grafheuvels op meer afgelegen plaatsen zoals heiden en graslanden. Blijkbaar hadden mensen in West-Friesland hun eigen ideeën over waar een grafheuvel hoorde te liggen. Dit kan ons veel leren over de betekenis van grafheuvels en hun rol in de inrichting van het landschap. En daarmee over het plots verschijnen van grafheuvels over heel Europa. Het kleine West-Friesland kan zo dus een grote rol spelen in het verhaal van de Europese prehistorie.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

Een plattegrond van een opgraving bij de nieuwe woonwijk Kadijken, Enkhuizen. In grijs zijn de bronstijd akkersloten weergegeven, in rood de plattegronden van bronstijd boerderijen en midden tussen de akkers ligt een grafheuvel (rode ster).

Een plattegrond van een opgraving bij de nieuwe woonwijk Kadijken, Enkhuizen. In grijs zijn de bronstijd akkersloten weergegeven, in rood de plattegronden van bronstijd boerderijen en midden tussen de akkers ligt een grafheuvel (rode ster).

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

Uit opgravingen weten we dat de grafheuvels boven op akkers zijn gebouwd, omdat onder de heuvels vaak nog ploegsporen liggen. Aan de voet van grafheuvels werden vaak ondiepe slootjes gegraven. Deze slootjes gingen op in het stelsel van diepe sloten dat rondom de akkers en weides lag. De grafheuvels waren dus letterlijk onderdeel van het land. Een West-Fries die 3000 jaar geleden zijn akker aan het ploegen was of zijn koeien naar het veld bracht, werd zo voortdurend herinnerd aan de lui die voor hem op dezelfde grond hadden geleefd en gewerkt. Vandaag de dag weten mensen vaak nog heel goed te vertellen van wie hun grond vroeger is geweest, maar in de bronstijd gaven mensen zulke herinneringen en verhalen een duidelijke vorm met de heuvels. Langs de sloten en grafheuvels lopend werd men langs het verleden van het land geleid, soms vrij letterlijk, zoals in Grootebroek, waar twee sloten de toegang tot een grafheuvel vormden.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

Twee sloten (donkere banen vooraan op de foto) leiden naar een grafheuvel. Tussen de sloten zijn ronde paalgaten te zien. Blijkbaar is de toegangsweg ooit geblokkeerd. Een kwart van de heuvel is opgegraven. Op deze manier is mooi een doorsnede van de heuvel te zien.

Twee sloten (donkere banen vooraan op de foto) leiden naar een grafheuvel bij Grootebroek. Tussen de sloten zijn ronde paalgaten te zien. Blijkbaar is de toegangsweg ooit geblokkeerd. Een kwart van de heuvel is opgegraven. Op deze manier is mooi een doorsnede van de heuvel te zien.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

In West-Friese grafheuvellandschap waren het begraven en herdenken van de doden en landbouw en veeteelt dus nauw met elkaar verbonden. De West-Friese bronstijd boeren werden begraven bij hun land en vee. Die band was zelfs zo sterk dat het vee en land vaak letterlijk onderdeel werden gemaakt van de grafheuvels. De heuvels werden namelijk gebouwd van plaggen, oftewel zoden van het land waar de dode zijn leven lang hard op had gewerkt. In de sloten aan de voet van de heuvels werden vaak de botten van koeien geofferd, vooral de horens en schedels. Er lag bij Bovenkarspel zelfs een grafheuvel waarin geen graf is aangetroffen, maar precies midden in de heuvel een klein potje met de rib van een koe erin.

Grafheuvels herinnerden mensen dus aan de degenen die voor hen in de streek hadden gewoond en gewerkt. Maar als een grafheuvel eenmaal was opgeworpen lag hij daar voor de eeuwigheid en na verloop van tijd wisten mensen niet precies meer wie er nou onder die ene heuvel lag. Verhalen zullen er desondanks geweest zijn en juist door deze verhalen zorgden de grafheuvels ervoor dat mensen een gemeenschapsgevoel en band met bepaalde gronden kregen. Als je van een bepaalde plek kwam kende je namelijk de verhalen van de heuvels en het land, verhalen die mensen van buiten niet kenden. Vandaag de dag kennen we dit nog steeds: mensen uit het dorp kennen vaak het verhaal van wat er bij die ene boerderij, kerk of waterloop is gebeurd (ook al weet niet iedereen meer hoe het nou precies zat) en mensen van buiten het dorp niet.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

Opgravingen bij de watertoren van Hoogkarspel (blauwe ster). De rode sterren zijn grafheuvels. De zwarte lijnen zijn akkersloten uit de bronstijd (in de westelijke helft zijn enkel de heuvels en niet de sloten opgegraven). De grafheuvels liggen tussen de akkers en vormen samen één lange lijn van heuvels. De meest oostelijke heuvels liggen momenteel onder het Om de Noord complex.

Opgravingen bij de watertoren van Hoogkarspel (blauwe ster). Op de achtergrond is in het geel een zandrug te zien. De rode sterren zijn grafheuvels. De zwarte lijnen zijn akkersloten uit de bronstijd (in de westelijke helft zijn enkel de heuvels en niet de sloten opgegraven). De grafheuvels liggen tussen de akkers en vormen samen één lange lijn van heuvels. De meest oostelijke heuvel ligt momenteel onder het Om de Noord complex.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

Er waren nog andere manieren om met grafheuvels de band met een plek en gemeenschap te benadrukken. Zo kon je je overleden ouders, grootouders of kinderen begraven in een bestaande heuvel. Of je kon ze begraven onder een nieuwe heuvel die aansloot bij een groep bestaande grafheuvels. Zo ontstonden lange rijen heuvels, zoals bij Hoogkarspel het geval was. Op deze manier vonden mensen letterlijk aansluiting bij de voorouders van het land. Grafheuvels waren zo dé manier om te laten zien dat je hart bij de streek ligt.

bronstijd archeologie west-friesland prehistorie  bronstijd archeologie west-friesland prehistorie 

Maar wat voor mensen lagen er onder deze heuvels? Daarover vertellen we binnenkort meer op deze blog.

Achter de ploeg

Bij het onderzoek naar de bestaanseconomie van Westfriesland zijn we op het moment druk bezig met het bestuderen van ploegsporen. Hoewel ploegsporen niet meer zijn dan kleine zwarte lijntjes in het opgravingsvlak, zijn ze toch erg belangrijk voor ons onderzoek. Als je vandaag de dag door Westfriesland rijdt, dan zie je overal mensen hard aan het werk om hun land zo productief mogelijk te maken. En als je naar ploegsporen kijkt, dan zie je hoe mensen 3000 jaar geleden hetzelfde probeerden te doen. Er kan veel informatie worden gehaald uit deze sporen, zoals hoe (vaak) mensen een veld gebruikten. Ook kan er, door middel van de verspreiding en grootte van gebieden waar ploegsporen zich aftekenen, iets gezegd worden over de omvang en locatie van de akkers. Ploegsporen vertellen zo het verhaal over hoe mensen al duizenden jaren in de streek hard en slim werken om het meeste uit de Westfriese grond te halen. bronstijd west-friesland prehistorie archeologie

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Ploegsporen, zoals we ze deze zomer aantroffen tijdens onze opgraving aan de Rikkert bij Oosterdijk.

Ploegsporen, zoals we ze deze zomer aantroffen tijdens onze opgraving aan de Rikkert bij Oosterdijk.

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Ploegsporen herkennen

Om iets te zeggen over de prehistorische manier van land bewerken is het van belang de ploegsporen in detail te onderzoeken, maar ploegsporen blijven alleen onder zeldzame omstandigheden archeologisch bewaard. Het belangrijkste voor het vinden van deze sporen is dat de ploeg tijdens de bewerking van het land diep door de grond moet zijn getrokken. Bij een prehistorische ploeg is dat meestal zo’n 20-30 cm. Maar alleen wanneer de ploeg door de donkere toplaag, de bouwvoor, heen schoot en de lichter gekleurde ondergrond inschoot, werd een kleurverschil in de ondergrond gecreëerd. Dit kleurverschil kan door archeologen worden waargenomen als dunne zwarte lijntjes wanneer we de bodem open leggen . Maar natuurlijk moeten ze dan ook nog de tand des tijds hebben doorstaan. Gelukkig is dit in Westfriesland opvallend vaak het geval geweest, want in deze streek zijn veel vaker ploegsporen gevonden dan in de rest van Nederland. Dit is één van de redenen waarom de Westfriese acheologie zo interessant is. bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

De prehistorische manier van ploegen: een span runderen voor een eergetouw. © Niels Bach

De prehistorische manier van ploegen: een span runderen voor een eergetouw. © Niels Bach

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Ploegen in de prehistorie

De bronstijd ploeg is eigenlijk helemaal geen ploeg, maar een eergetouw. Hij keert de grond namelijk niet, maar scheurt hem slechts open. De vraag is natuurlijk waarom men dat deed. Op sommige plekken in de wereld wordt vandaag de dag nog steeds een eergetouw gebruikt, met het doel om akkers te ontdoen van onkruidwortels. In de prehistorie was het waarschijnlijk niet anders. Er werd vaak kruislings geploegd, om een zo groot mogelijk oppervlak te kunnen bewerken. Hierbij werden runderen gebruikt, mogelijk ossen. Het paard kon nog niet worden ingezet voor het bewerken van het land, omdat het haam nog niet was uitgevonden.

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Voorbeelden uit de opgravingen

Als je naar de opgegraven ploegsporen kijkt, bijvoorbeeld die van een opgraving bij het Tolhuis in Hoogkarspel, (afbeelding 3), vallen verschillende dingen op. Op het eerste gezicht lijkt het wel alsof mensen maar wat gedaan hebben: de sporen lopen alle kanten op. We hebben geprobeerd hier wat orde in te scheppen door de verschillende oriëntaties van (kruislingse) ploegsporen andere kleuren te geven (zie onderstaande afbeelding). Door dit te doen komt er iets meer duidelijkheid – mensen wisten blijkbaar toch wat ze deden. Nu is namelijk te zien dat er maar in 6 verschillende richtingen is geploegd, niet tegelijkertijd maar door de tijd heen. Dezelfde akkers zijn dus meermalen en langere tijd gebruikt. Blijkbaar wisten de Westfriezen zelfs met beperkte middelen het gebruik van hun grond te verlengen en zo hoefden hun akkers niet jaarlijks ergens anders aangelegd te worden, zoals eerst door sommige archeologen werd gedacht.

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Voorbeeld van hoe ploegsporen er op tekening uit zien (links), en na het inkleuren van de verschillende oriëntaties (rechts). Dit voorbeeld komt uit de opgraving Hoogkarspel-Tolhuis.

Voorbeeld van hoe ploegsporen er op tekening uit zien (links), en na het inkleuren van de verschillende oriëntaties (rechts). Dit voorbeeld komt uit de opgraving Hoogkarspel-Tolhuis.

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Uitdagingen en toekomstig onderzoek

Een ander, minder leuk resultaat is dat het duidelijk is geworden dat het heel moeilijk is om groottes en locaties van akkers te reconstrueren. Omdat de ploeg maar in zeldzame gevallen door de bouwvoor heen prikte, is het zeldzaam dat aaneengesloten ploegsporen worden gevonden; terwijl we dit nu juist nodig hebben om de omvang van een akker te bepalen. Voorbeelden uit vroegere perioden, zoals de late steentijd, laten wel zien dat akkers minstens 100 x 60 meter kunnen zijn geweest.

Een tweede probleem van akkergrootte bepalen is dat er zelden grenzen van akkers zijn aan te tonen, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn voor het omkeren van het span runderen. Dit is maar in één geval geconstateerd, maar hier zijn de overige ploegsporen onvoldoende aaneengesloten om de grootte van de akker uit af te leiden.

Ook de locatie van de akker ten opzichte van de huizen is erg lastig te herleiden, omdat ploegsporen in het verleden vaak niet gedateerd konden worden en we dus niet altijd weten met welke huizen de ploegsporen gelijktijdig zijn. Met nieuwe technieken is het sinds kort wel mogelijk om ploegsporen te dateren en deze zullen hopelijk in toekomstige opgravingen worden toegepast. Daarnaast kan een meer gedetailleerd onderzoek van ploegsporen in de nabijheid van andere bewoningssporen mogelijk uitsluitsel geven over gelijktijdigheid met de andere sporen.

bronstijd west-friesland prehistorie archeologiebronstijd west-friesland prehistorie archeologie

Wordt vervolgd…

www.scriptsell.net